11
Zaken
38
Week
2026
Jaar
1. INLEIDING
Welkom bij de Tuchtbode nieuwsbrief, week 38 2026. Deze nieuwsbrief probeert bij te dragen aan het lerend vermogen in het tuchtrecht door feitelijke en neutrale samenvattingen van gepubliceerde uitspraken te bieden. Deze editie bevat 11 zaken, met daarin onder meer GGZ-gerelateerde klachten over lichamelijk onderzoek, beroepszaken bij het Centraal Tuchtcollege en een wrakingsverzoek.
2. HOOFDPUNTEN & TRENDS
- In de zaken ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 en ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 oordeelt het college dat het schouwen van de holtes niet als inwendig onderzoek dient te worden gezien en dat het gelet op de omstandigheden navolgbaar was dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam.
- In de zaken ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 en ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 oordeelt het college dat het onderzoeken en bespreken van de optie van inwendig onderzoek als beleid voor de nacht, gelet op de omstandigheden, navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.
- In de aangeleverde zaken is geen maatregel opgelegd; de uitspraken betreffen kennelijk ongegrond, niet-ontvankelijk of verwerping van het beroep.
3. STATISTIEKEN
- Totaal aantal zaken deze week: 11
- Aantal zaken per beroepsgroep:
- arts: 6
- psychiater: 2
- verpleegkundige: 1
- huisarts: 1
- geen beroepsgroep vermeld (wrakingsverzoek): 1
- Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 0
4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN
Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218
- Beroepsgroep: arts
- Kern van het verwijt: Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en dat de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid.
- Citaat: “Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.”
- Uitspraak en maatregel: kennelijk ongegrond; geen maatregel.
- Motivering: Het college stelt vast dat de lezingen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag of het schouwen van de holtes als inwendig onderzoek moet worden gezien, beantwoordt het college ontkennend. Het overgaan tot schouwen van het lichaam was gelet op de omstandigheden navolgbaar.
- Leerpunten:
- Het onderscheid tussen schouwen van holtes en inwendig lichamelijk onderzoek kan van belang zijn bij de beoordeling van dwang en wettelijke grondslag.
- Leg de afwegingen rond lichamelijk onderzoek en de gekozen aanpak vast, zodat de navolgbaarheid van het handelen inzichtelijk is.
- Stem bij beleid rond dwang en onderzoek af met betrokken behandelaren en de instelling.
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215
- Beroepsgroep: verpleegkundige
- Kern van het verwijt: Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht.
- Citaat: “Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.”
- Uitspraak en maatregel: kennelijk ongegrond; geen
Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde
abstracts van alle zaken van afgelopen week
📄 Alle Zaken
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking
16-09-2026
Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig
in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid
en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129
15-09-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling
vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster
dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek
is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt
vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek
uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient
te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is
het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het
lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130
15-09-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling
vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster
dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek
is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken
bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als
beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling
heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van
deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster
deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar
en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849
15-09-2026
Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet
zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt
klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale
toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft
beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel
over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het
Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126
15-09-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in
een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster
verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig
lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen
over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens
voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek.
Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar
dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186
15-09-2026
Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk
werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met
een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de
wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt
de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie,
de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige
overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep
van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127
15-09-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling
vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder
dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek
is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt
vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek
uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient
te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is
het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het
lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128
15-09-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling
vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster
dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek
is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken
bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel
als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook
met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen
van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster
deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar
en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9352
14-09-2026
Klacht tegen een huisarts gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verjaring en voor
het overige kennelijk ongegrond. Klaagster is in de periode 2014 tot en met 2017 meerdere
malen op consult geweest bij de huisarts. Er werden verschillende onderzoeken verricht
wegens buikklachten. Buiten een urineweginfectie waar klaagster antibiotica voor kreeg,
kwamen daar geen afwijkingen uit naar voren. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van
endometriumcarcinoom (baarmoederkanker). Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar
niet tijdig heeft doorverwezen naar de gynaecoloog. Het college oordeelt dat de huisarts
niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, er zijn geen aanwijzingen dat zij
de klachten van klaagster niet juist heeft ingeschat of zij niet tijdig heeft verwezen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9693
14-09-2026
Voorzittersbeslissing. Klagers klagen namens hun moeder (patiënte) over de behandeling
van patiënte door de psychiater en over het afgeven van verklaringen door de psychiater
ten behoeve van rechtszaken. De voorzitter oordeelt dat klagers kennelijk niet-ontvankelijk
zijn voor zover ze klagen over de behandeling van patiënte en dat de klacht voor het
overige kennelijk ongegrond is.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850
14-09-2026
Klager verwijt de arts onder meer dat hij onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, heeft
gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was en een gebrek aan
kennis van triple artrodese operaties heeft. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis
dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch
chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk
niet-ontvankelijk is voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en
dat de klacht voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal
Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →