Overzicht medische tuchtzaken

20-07-2026 - 26-07-2026
13
Zaken
30
Week
2026
Jaar

Tuchtbode – Week 30, 2026

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode nieuwsbrief van week 30 2026. Deze nieuwsbrief biedt een feitelijke analyse van recent gepubliceerde tuchtzaken en beoogt bij te dragen aan het lerend vermogen binnen het medisch tuchtrecht. Deze editie bevat dertien uitspraken van het Centraal Tuchtcollege en de regionale tuchtcolleges, met opvallende thema's rond regievoering, dossierplicht en professionele grenzen.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Meerdere zaken laten zien dat het Centraal Tuchtcollege kritisch kijkt naar het gebrek aan centrale regie tijdens ziekenhuisopnames, maar per individuele zorgverlener beoordeelt of sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid.
  • Het ontbreken van een deugdelijk medisch dossier weegt zwaar in het oordeel van tuchtcolleges, zeker wanneer hierdoor niet kan worden vastgesteld of adequate zorg is geleverd.
  • Ernstige schending van professionele grenzen, zoals een langdurige seksuele relatie met een patiënt, leidt ook bij verminderde kans op herhaling tot doorhaling van de inschrijving.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 13
  • Aantal zaken per beroepsgroep:
    • Anesthesioloog: 3
    • Chirurg: 3
    • Internist: 1
    • GZ-psycholoog: 1
    • Huisarts: 5
    • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 5 (waarschuwing: 3, berisping: 1, doorhaling: 1)

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:154Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Anesthesioloog
  • Kern van het verwijt: Onvoldoende invulling gegeven aan de rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid bij een patiënt met een partiële dwarslaesie en ernstige pijnklachten na een onderbeenbreuk.
  • Citaat: "Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager."
  • Uitspraak en maatregel: Gegrond, waarschuwing.
  • Korte motivering: Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich persoonlijk ervan vergewiste of het pijnbeleid toereikend was en in gesprek ging met de patiënt, wat niet is gebeurd. Het college acht dit onvoldoende voor de complexe pijnproblematiek.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Vergewis je als eindverantwoordelijke voor pijnbeleid persoonlijk van de toereikendheid van het beleid, zeker bij complexe casuïstiek.
    • Ga actief in gesprek met de patiënt over diens pijnklachten en het ingestelde beleid, in plaats van uitsluitend op afstand te handelen.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:155Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Chirurg
  • Kern van het verwijt: Gebrek aan regie tijdens de ziekenhuisopname van een patiënt met partiële dwarslaesie en onderbeenbreuk.
  • Citaat: "Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid."
  • Uitspraak en maatregel: Verwerpt beroep van klager (ongegrond).
  • Korte motivering: De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Wees je bewust van het belang van regievoering tijdens een ziekenhuisopname, ook als opererend specialist.
    • Streef ernaar om preoperatief persoonlijk contact met de patiënt te hebben, met name bij complexe voorgeschiedenis.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:159Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Internist
  • Kern van het verwijt: Patiënte en klager niet of onvoldoende geïnformeerd over het gebruik van een neusmaagsonde en de daarmee samenhangende risico’s, alsook over de voorgeschreven medicatie bij ontslag.
  • Uitspraak en maatregel: Beroep en incidenteel beroep verworpen, waarschuwing (opgelegd door regionaal tuchtcollege) blijft in stand.
  • Korte motivering: Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het beroep van klager over klachtonderdeel (c) als het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b). De waarschuwing voor onvoldoende informatieverstrekking over sonde en risico's blijft daarmee gehandhaafd.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Informeer patiënt en diens naasten bij ontslag uitgebreid over het gebruik van medische hulpmiddelen zoals een neusmaagsonde en de bijbehorende risico's.
    • Besteed ook expliciet aandacht aan uitleg over voorgeschreven medicatie bij overdracht vanuit het ziekenhuis.

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Huisarts
  • Kern van het verwijt: Klager via optometrist in plaats van oogarts laten beoordelen, klachten niet serieus nemen en onvoldoende doen om eerdere toegang tot oogarts te realiseren.
  • Uitspraak en maatregel: Deels gegrond, waarschuwing.
  • Korte motivering: De huisarts had in de door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding moeten zien om contact met klager op te nemen, telefonisch of via spreekuur, om de klachten deugdelijk te kunnen beoordelen of een spoedverwijzing alsnog in de rede lag.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Neem bij herhaalde klachten in een e-consult actief contact op met de patiënt, bijvoorbeeld telefonisch of door uitnodiging op het spreekuur.
    • Beoordeel na nieuw klachtencontact opnieuw of een eerdere verwijzing of beleidskeuze nog passend is.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Anesthesioloog
  • Kern van het verwijt: Geen medisch dossier overgelegd, geen (nadere) anamnese en rapportage aantoonbaar, en ontbreken van adequate monitoring bij behandeling van chronische pijnklachten bij long-covid.
  • Citaat: "Er is door de anesthesioloog geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog een (nadere) anamnese heeft verricht."
  • Uitspraak en maatregel: Deels gegrond, berisping met publicatie.
  • Korte motivering: Doordat elke rapportage over de behandeling ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat sprake was van adequate monitoring, wat ook voor de wijze van medicatietoediening is aangewezen. Het niet kunnen overleggen van een dossier weegt zwaar.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Documenteer altijd de anamnese en uitgevoerde behandelingen in het medisch dossier, juist ook bij chronische pijnbehandeling en off-label medicatietoediening.
    • Adequate monitoring bij medicatietoediening is verplicht en moet in het dossier navolgbaar zijn vastgelegd.

5. CONCLUSIE

Deze week onderstreept het belang van duidelijke regievoering en overzicht tijdens een ziekenhuisopname, waarbij ieders individuele verantwoordelijkheidsgebied wordt getoetst. Zorgvuldige dossiervoering blijft een fundamentele voorwaarde om aan te tonen dat zorgvuldig is gehandeld. Daarnaast bevestigen de uitspraken dat ernstige schendingen van professionele grenzen zwaar worden bestraft, ongeacht de geringe kans op herhaling.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932
23-07-2026
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934
23-07-2026
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263
23-07-2026
.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935
23-07-2026
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933
23-07-2026
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904
23-07-2026
Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b).
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8705
22-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager, de echtgenoot van een patiënte met Alzheimer, verwijt de GZ-psycholoog onder meer dat zij een voorgenomen verhuizing van patiënte heeft geïnitieerd en verzwegen, de familie niet heeft betrokken bij de besluitvorming, buiten het multidisciplinair overleg om heeft gehandeld, onvoldoende uitleg heeft gegeven over de verhuizing en niet in het belang van patiënte heeft gehandeld. Het college oordeelt dat verweerster niet verantwoordelijk was voor de communicatie met de familie of het initiëren van de verhuizing, dat zij heeft gehandeld in samenspraak met de betrokken zorgverleners en dat de overwegingen voor de voorgenomen verhuizing voldoende waren gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat zij buiten haar professionele rol is getreden of de belangen van patiënte heeft veronachtzaamd. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8622
22-07-2026
Verwijten aan huisarts dat zij klager niet naar een oogarts maar naar een optometrist heeft gestuurd, dat zij klager niet zelf heeft uitgenodigd op haar spreekuur, dat zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, dat zij onvoldoende heeft gedaan om ervoor te zorgen dat klager eerder bij de oogarts terecht kon en dat zij achteraf haar fout niet heeft erkend. De klacht is in zoverre gegrond, dat de huisarts in de door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding had moeten zien om contact met klager op te nemen, hetzij telefonisch hetzij door hem uit te nodigen op het spreekuur, om die klachten uit te vragen en deugdelijk te kunnen beoordelen of een verwijzing met spoed alsnog in de rede lag. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9186
22-07-2026
Klaagster verwijt huisarts dat hij heeft geweigerd haar zoontje van acht jaar naar de oogarts te verwijzen en dat hij klaagster (in aanwezigheid van haar kinderen) respectloos en intimiderend heeft benaderd en hen zonder reden naar buiten heeft geduwd. De juistheid van het medisch dossier geldt voor het college in beginsel als uitgangspunt voor de beoordeling van een klacht. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan het college kan concluderen dat hetgeen de huisarts over het consult en de (wijze van) communicatie in het medisch dossier heeft genoteerd, onjuist is. Kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7425
22-07-2026
Huisarts heeft klager eenmalig op consult gezien in de Penitentiaire Inrichting wegens knieklachten. De huisarts heeft klager verwezen naar de fysiotherapeut. Klacht over nalatig handelen, te weten onvoldoende informatie over de behandeling, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, en ten onrechte geen verwijzing naar het ziekenhuis, kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9389
22-07-2026
Klacht van IGJ over huisarts over langdurig, structureel en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte tijdens behandelrelatie van 25 jaar. Huisarts erkent dat tussen hem en de 22 jaar jongere - kwetsbare - patiënte een vriendschappelijke relatie is ontstaan, die is overgegaan in een ruim drie jaar durende seksuele relatie. De huisarts heeft met deze relatie de professionele grenzen ernstig overschreden. Hij heeft zich door de bijzondere kwetsbaarheid van patiënte niet laten weerhouden. Hij was zich bewust van de ongeoorloofdheid van deze relatie, maar heeft de relatie jarenlang laten voortduren en steeds intensiever laten worden, totdat hij zelfs bewust heeft afgezien van anticonceptie en patiënte zwanger van hem is geworden. De huisarts heeft de behandelrelatie laten voortbestaan, totdat patiënte vijf jaar na het einde van de relatie zelf naar een andere huisarts is overgestapt. Het college beschouwt de handelwijze van de huisarts als bijzonder kwalijk. De kans op herhaling lijkt klein, nu de huisarts de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en zijn praktijk inmiddels heeft beëindigd. Ondanks dat hij stelt dat hij niet meer als arts werkzaam wil zijn, heeft de huisarts zich echter niet uit het BIG-register laten uitschrijven. De door de huisarts aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om met een lichtere maatregel dan de maatregel van doorhaling te volstaan. Het college ziet verder aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening de bevoegdheid van de huisarts te schorsen om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen en om de huisarts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht te ontzeggen om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9292
21-07-2026
Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. De anesthesioloog was betrokken bij de anesthesie tijdens de totale heup prothese operatie van klaagster. Klaagster kreeg een ruggenrpik en aansluitend sedatie met propofol. Het is niet gebleken dat vooraf is gesproken over een minimale of lagere dosering, zoals klaagster stelt. Er zijn geen aanknopingspunten voor het verwijt dat klaagster een te hoge dosering sedatie is toegediend of anderszins onzorgvuldig handelen. Klacht ongegrond verklaard.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8540
21-07-2026
Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster is door de anesthesioloog behandeld voor chronische pijnklachten bij long-covid. Er is door de anesthesioloog geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog een (nadere) anamnese heeft verricht. Verder ontbreekt ook elke rapportage over de behandeling van klaagster, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake was van adequate monitoring, ook voor wat betreft de wijze van toediening van medicatie is adequate monitoring aangewezen. Klacht deels gegrond, berisping met publicatie.
Bekijk volledige zaak →