[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:154",
    "date": "23-07-2026",
    "description": "Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend\n                           is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken.\n                           In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd.\n                           Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende\n                           artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het\n                           Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft\n                           gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit\n                           had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager,\n                           wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich\n                           er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan\n                           met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de\n                           klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:155",
    "date": "23-07-2026",
    "description": "Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is\n                           met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In\n                           verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg\n                           is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend\n                           tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de\n                           chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van\n                           klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake\n                           is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer.\n                           Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit\n                           onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege\n                           verwerpt het beroep van klager."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:156",
    "date": "23-07-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:157",
    "date": "23-07-2026",
    "description": "Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is\n                           met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In\n                           verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege\n                           zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij\n                           zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege\n                           laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts\n                           afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid.\n                           Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:158",
    "date": "23-07-2026",
    "description": "Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is\n                           met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In\n                           verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege\n                           zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij\n                           zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege\n                           laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts\n                           afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid.\n                           Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:159",
    "date": "23-07-2026",
    "description": "Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen\n                           geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde\n                           geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis\n                           onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten\n                           wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft\n                           geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij\n                           het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een\n                           brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik\n                           van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel\n                           (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege\n                           verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep\n                           van de internist over klachtonderdeel (b)."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8705",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132",
    "date": "22-07-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager, de echtgenoot van een\n                           patiënte met Alzheimer, verwijt de GZ-psycholoog onder meer dat zij een voorgenomen\n                           verhuizing van patiënte heeft geïnitieerd en verzwegen, de familie niet heeft betrokken\n                           bij de besluitvorming, buiten het multidisciplinair overleg om heeft gehandeld, onvoldoende\n                           uitleg heeft gegeven over de verhuizing en niet in het belang van patiënte heeft gehandeld.\n                           Het college oordeelt dat verweerster niet verantwoordelijk was voor de communicatie\n                           met de familie of het initiëren van de verhuizing, dat zij heeft gehandeld in samenspraak\n                           met de betrokken zorgverleners en dat de overwegingen voor de voorgenomen verhuizing\n                           voldoende waren gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat zij buiten haar professionele\n                           rol is getreden of de belangen van patiënte heeft veronachtzaamd. De klacht wordt\n                           daarom kennelijk ongegrond verklaard."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8622",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133",
    "date": "22-07-2026",
    "description": "Verwijten aan huisarts dat zij klager niet naar een oogarts maar naar een optometrist\n                           heeft gestuurd, dat zij klager niet zelf heeft uitgenodigd op haar spreekuur, dat\n                           zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, dat zij onvoldoende heeft gedaan om\n                           ervoor te zorgen dat klager eerder bij de oogarts terecht kon en dat zij achteraf\n                           haar fout niet heeft erkend. De klacht is in zoverre gegrond, dat de huisarts in de\n                           door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding had  moeten zien\n                           om contact met klager op te nemen, hetzij telefonisch hetzij door hem uit te nodigen\n                           op het spreekuur, om die klachten uit te vragen en deugdelijk te kunnen beoordelen\n                           of een verwijzing met spoed alsnog in de rede lag. De klacht is voor het overige ongegrond.\n                           Waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9186",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129",
    "date": "22-07-2026",
    "description": "Klaagster verwijt huisarts dat hij heeft geweigerd haar zoontje van acht jaar naar\n                           de oogarts te verwijzen en dat hij klaagster (in aanwezigheid van haar kinderen) respectloos\n                           en intimiderend heeft benaderd en hen zonder reden naar buiten heeft geduwd. De juistheid\n                           van het medisch dossier geldt voor het college in beginsel als uitgangspunt voor de\n                           beoordeling van een klacht. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen\n                           op basis waarvan het college kan concluderen dat hetgeen de huisarts over het consult\n                           en de (wijze van) communicatie in het medisch dossier heeft genoteerd, onjuist is.\n                           Kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7425",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130",
    "date": "22-07-2026",
    "description": "Huisarts heeft klager eenmalig op consult gezien in de Penitentiaire Inrichting wegens\n                           knieklachten. De huisarts heeft klager verwezen naar de fysiotherapeut. Klacht over\n                           nalatig handelen, te weten onvoldoende informatie over de behandeling, risico’s en\n                           eventuele andere mogelijkheden, en ten onrechte geen verwijzing naar het ziekenhuis,\n                           kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9389",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131",
    "date": "22-07-2026",
    "description": "Klacht van IGJ over huisarts over langdurig, structureel en ernstig seksueel grensoverschrijdend\n                           gedrag jegens patiënte tijdens behandelrelatie van 25 jaar. Huisarts erkent dat tussen\n                           hem en de 22 jaar jongere - kwetsbare - patiënte een vriendschappelijke relatie is\n                           ontstaan, die is overgegaan in een ruim drie jaar durende seksuele relatie. De huisarts\n                           heeft met deze relatie de professionele grenzen ernstig overschreden. Hij heeft zich\n                           door de bijzondere kwetsbaarheid van patiënte niet laten weerhouden. Hij was zich\n                           bewust van de ongeoorloofdheid van deze relatie, maar heeft de relatie jarenlang laten\n                           voortduren en steeds intensiever laten worden, totdat hij zelfs bewust heeft afgezien\n                           van anticonceptie en patiënte zwanger van hem is geworden. De huisarts heeft de behandelrelatie\n                           laten voortbestaan, totdat patiënte vijf jaar na het einde van de relatie zelf naar\n                           een andere huisarts is overgestapt. Het college beschouwt de handelwijze van de huisarts\n                           als bijzonder kwalijk. De kans op herhaling lijkt klein, nu de huisarts de pensioengerechtigde\n                           leeftijd heeft bereikt en zijn praktijk inmiddels heeft beëindigd. Ondanks dat hij\n                           stelt dat hij niet meer als arts werkzaam wil zijn, heeft de huisarts zich echter\n                           niet uit het BIG-register laten uitschrijven. De door de huisarts aangevoerde omstandigheden\n                           zijn onvoldoende om met een lichtere maatregel dan de maatregel van doorhaling te\n                           volstaan. Het college ziet verder aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening\n                           de bevoegdheid van de huisarts te schorsen om de aan de inschrijving in het register\n                           verbonden bevoegdheden uit te oefenen en om de huisarts, voor het geval hij op het\n                           moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register,\n                           het recht te ontzeggen om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9292",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180",
    "date": "21-07-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. De anesthesioloog was betrokken bij de\n                           anesthesie tijdens de totale heup prothese operatie van klaagster. Klaagster kreeg\n                           een ruggenrpik en aansluitend sedatie met propofol. Het is niet gebleken dat vooraf\n                           is gesproken over een minimale of lagere dosering, zoals klaagster stelt. Er zijn\n                           geen aanknopingspunten voor het verwijt dat klaagster een te hoge dosering sedatie\n                           is toegediend of anderszins onzorgvuldig handelen. Klacht ongegrond verklaard."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8540",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181",
    "date": "21-07-2026",
    "description": "Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster is door de anesthesioloog\n                           behandeld voor chronische pijnklachten bij long-covid. Er is door de anesthesioloog\n                           geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog\n                           een (nadere) anamnese heeft verricht. Verder ontbreekt ook elke rapportage over de\n                           behandeling van klaagster, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake was van\n                           adequate monitoring, ook voor wat betreft de wijze van toediening van medicatie is\n                           adequate monitoring aangewezen. Klacht deels gegrond, berisping met publicatie."
  }
]