Overzicht medische tuchtzaken

06-07-2026 - 12-07-2026
31
Zaken
28
Week
2026
Jaar

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode nieuwsbrief, week 28 2026. Deze nieuwsbrief biedt een feitelijke en analytische samenvatting van recent gepubliceerde medische tuchtzaken, met als doel het lerend vermogen binnen de zorg te bevorderen. In deze editie komen onder meer gegronde klachten over dossiervoering, communicatie en medicatieveiligheid aan bod, evenals het belang van hoger beroep.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Opvallend veel klachten tegen psychiaters en gz-psychologen in het kader van gedwongen zorg of behandelrelaties; vrijwel allemaal (kennelijk) ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard.
  • Verschillende zaken over onbevoegde inzage in medische dossiers door verpleegkundigen stranden door gebrek aan bewijs of worden als menselijke vergissing beoordeeld.
  • In hoger beroep worden enkele aanvankelijk ongegrond verklaarde klachten alsnog (deels) gegrond, wat het belang van toetsing door het Centraal Tuchtcollege onderstreept.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 31
  • Aantal zaken per beroepsgroep:
    • psychiater: 4
    • gz-psycholoog: 5
    • kinderarts: 1
    • orthopedisch chirurg: 1
    • huisarts: 2
    • verpleegkundige: 5
    • arts: 3
    • plastisch chirurg: 1
    • internist: 1
    • longarts: 3
    • verpleegkundig specialist: 1
    • SEH-arts: 1
    • tandarts: 1
    • niet gespecificeerd: 2
    • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 3 (schorsing, berisping, waarschuwing)

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120

(https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_120)

  • Beroepsgroep: kinderarts
  • Kern van het verwijt: De Inspectie verweet de kinderarts dat dossiervoering, samenwerking en communicatie niet voldeden aan de professionele standaard, mede na ontslag wegens disfunctioneren.
  • Citaat: “Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW” en “Niet toetsbaar opgesteld”.
  • Uitspraak en maatregel: Gegrond; schorsing voor zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
  • Korte motivering: Het college oordeelde dat de goede zorgverlening niet was gewaarborgd, met ernstige risico’s voor patiëntveiligheid en patiëntenzorg. De dossiervoering was ontoereikend en niet toetsbaar.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Zorg voor een volledig, actueel en toetsbaar medisch dossier dat voldoet aan de wettelijke dossierplicht.
    • Investeer in gestructureerde samenwerking en heldere communicatie met collega’s en andere disciplines.
    • Signaleer tijdig eigen disfunctioneren en zoek ondersteuning om patiëntveiligheid te borgen.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116

(https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_116)

    • Beroepsgroep: gz-psycholoog
    • Kern van het verwijt: Klager verweet de gz-psycholoog onder meer schending van geheimhouding, onvoldoende regie en onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens.
    • Citaat: “onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens”.
    • Uitspraak en maatregel: Eén klachtonderdeel gegrond (onbeveiligd mailen), overige 12 onderdelen ongegrond; geen maatregel opgelegd.
    • Korte motivering: Het college achtte het verzenden van vertrouwelijke informatie via onbeveiligde e-mail tuchtrechtelijk verwijtbaar, maar vond dit onvoldoende zwaar voor een maatregel.
    • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Gebruik altijd beveiligde communicatiekanalen (zoals versleutelde e-mail of een patiëntenportaal) voor het delen van vertrouwelijke patiëntgegevens.
    • Wees alert op privacyrisico’s bij digitale communicatie, ook bij ogenschijnlijk eenvoudige berichten.

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:135

(https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_135)

  • Beroepsgroep: verpleegkundige
  • Kern van het verwijt: Klaagster verweet de verpleegkundige tekortschieten in de zorg aan haar moeder (met uitgezaaide borstkanker en vermoeden sepsis), in de communicatie met de familie en in de nazorg na overlijden.
  • Citaat: “Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zorg aan patiente gegrond zijn”.
  • Uitspraak en maatregel: In beroep alsnog gegrond op de zorgonderdelen; berisping.
  • Korte motivering: Het Centraal Tuchtcollege vond dat de verpleegkundige onvoldoende had gehandeld bij een patiënte met een hoog risicoprofiel, waarbij adequate monitoring en communicatie essentieel waren.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Monitor vitale functies en klinische signalen nauwgezet bij patiënten met een verhoogd risico, zoals sepsis.
    • Communiceer proactief en helder met familie, zeker bij een verslechterende situatie.
    • Zorg voor een warme en zorgvuldige nazorg na overlijden.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:142

(https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_142)

    • Beroepsgroep: longarts
    • Kern van het verwijt: Klaagster verweet de longarts onder meer geen aandacht te hebben besteed aan slechte bloedgaswaarden en de medicatielijst niet te hebben aangepast aan de klachten van patiënte.
    • Citaat: “geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden”.
    • Uitspraak en maatregel: In beroep op deze twee onderdelen alsnog gegrond; waarschuwing.
    • Korte motivering: Het college oordeelde dat de longarts bij evident afwijkende bloedgaswaarden en een complexe medicatiesituatie actiever had moeten ingrijpen en het beleid had moeten aanpassen.
    • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Reageer adequaat op afwijkende laboratorium- of bloedgaswaarden en documenteer de overwegingen.
    • Evalueer bij klinische achteruitgang altijd of de medicatielijst nog passend is en pas deze zo nodig aan.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:145

(https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_145)

    • Beroepsgroep: arts (arts-assistent)
    • Kern van het verwijt: Klaagster verweet de arts onder meer dat zij de medicatielijst niet had aangepast. Het Centraal Tuchtcollege achtte verwijtbaar dat de arts geen contact opnam met de longarts toen de complexiteit van de medicatielijst duidelijk werd.
    • Citaat: “geen contact heeft opgenomen met de longarts toen de omvang en complexiteit van de medicatielijst haar duidelijk werden”.
    • Uitspraak en maatregel: Gedeeltelijk gegrond; geen maatregel opgelegd.
    • Korte motivering: Het college hield rekening met de beperkte ervaring van de arts-assistent (vijfde dienst) en legde daarom geen maatregel op, maar benadrukte wel de plicht om tijdig een supervisor te raadplegen.
    • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Schakel als beginnend professional laagdrempelig een supervisor of specialist in bij complexe of onduidelijke situaties.
    • Erken de grenzen van de eigen bevoegdheid en ervaring; tijdig overleg is essentieel voor patiëntveiligheid.

5. CONCLUSIE

Deze week laten de uitspraken zien dat zorgvuldige dossiervoering, adequate monitoring en heldere communicatie onverminderd kernvoorwaarden zijn voor goede zorg. Het tuchtrecht toetst niet alleen de directe zorgverlening, maar ook de professionele samenwerking en het gebruik van veilige communicatiemiddelen. De gegrondverklaringen in hoger beroep onderstrepen dat een zorgvuldige heroverweging door het Centraal Tuchtcollege kan leiden tot een ander oordeel, wat het belang van een lerende en reflectieve houding binnen de zorg benadrukt.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8905
10-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onjuiste diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9739
10-07-2026
Voorzittersbeslissing. Klaagschrift voldoet niet aan de eisen. Ook naar aanleiding van de door de secretaris gestelde vragen heeft klaagster onvoldoende duidelijkheid gegeven. Het is aan klaagster om te stellen en toe te lichten over welk concreet handelen of nalaten van verweerder zij een klacht heeft. Voor verweerder moet het voldoende duidelijk zijn waar de klacht over gaat, zodat hij daarop kan reageren. Dit is ook telefonisch aan klaagster toegelicht. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9647
10-07-2026
Voorzittersbeslissing. De GZ-psycholoog heeft de vader van klager in behandeling gehad. Bij één van de consulten is klager aanwezig geweest. Verder heeft klager een e-mail naar de GZ-psycholoog gestuurd met vragen, waar de GZ-psycholoog niet op gereageerd heeft. Klager maakt de GZ-psycholoog meerdere verwijten, zowel betreffende de behandeling als met betrekking tot uitlatingen die de GZ-psycholoog over klager zou hebben gedaan en over het niet reageren op zijn e-mail. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen die zien op de behandeling. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313
10-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd. Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken, dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8845
10-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook gelet op zijn relatief beperkte rol bij de casus van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8847
10-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater klaagster voldoende heeft gehoord, aangezien zijn enkele rol het beoordelen van de separeerindicatie was. De andere verwijten treffen geen doel omdat de psychiater geen verdere betrokkenheid had bij de casus van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8592
08-07-2026
Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering, samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9650
08-07-2026
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een conflict met het ziekenhuis en de arts waarbij zij aandrong op een schadevergoeding door de verzekeraar en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere (inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H20269721
08-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8121
08-07-2026
Klager is een jaar in behandeling bij een gz‑psycholoog voor sociale angst. De behandeling wordt beëindigd nadat hij seksuele gevoelens tijdens de behandeling ervaart. Hij dient 13 klachten in over onder andere geheimhouding, informatievoorziening, regie, dossier, overdracht en beëindiging. Het tuchtcollege verklaart12 van de 13 klachtonderdelen ongegrond. Alleen het onderdeel over het onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens is gegrond, maar rechtvaardigt geen maatregel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9271
08-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts en kon dit daarom niet verstrekken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8379
08-07-2026
Klager, tbs‑patiënt, verwijt zijn behandelcoördinator (gz‑psycholoog) dat zij in haar advies aan justitie over hem bevooroordeeld was, dat zij onjuiste informatie gaf, zijn privacy schond en hem heeft bedreigd. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog handelde volgens de professionele normen en er geen sprake is van – of bewijs voor bevooroordeeldheid, onjuiste informatie, privacy‑schending of een dreigement. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8823
08-07-2026
Klaagster klaagt over de handelwijze van verweerster, gz-psycholoog, nadat haar dochter een suïcidevoornemen heeft geuit. Het college acht klaagster grotendeels niet‑ontvankelijk in haar klacht tegen de gz‑psycholoog, omdat haar 16‑jarige dochter zelf klachtgerechtigd is. Voor het niet delen van informatie met haar is zij wel ontvankelijk maar wordt de klacht ongegrond verklaard. Volgens het college was er geen sprake van een acute suïcidesituatie die het doorbreken van het beroepsgeheim zou kunnen rechtvaardigen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8560
08-07-2026
Klager klaagt over gedragingen van zijn ex-partner, een gz-psycholoog, in de privésfeer. Het college oordeelt dat nu geen sprake is van een behandelrelatie en niet is gebleken van privéhandelen dat zijn weerslag heeft op de beroepsuitoefening, klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8956
07-07-2026
Klacht tegen een verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college acht het verweer van de verpleegkundige aannemelijk dat zij in het systeem met de muis per ongeluk een verkeerde patiënt heeft aangeklikt. Het college oordeelt dat een verkeerde muisklik een menselijke vergissing is zonder onjuiste intentie. Dit is van onvoldoende gewicht om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8955
07-07-2026
Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9065
07-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager dient namens hemzelf en zijn minderjarige kinderen een klacht in tegen de arts dat er, kort gezegd, een eenzijdig en onzorgvuldig onderzoek is gedaan waarbij de beschuldigingen van de ex-partner zijn overgenomen zonder dat gekeken is naar alternatieve verklaringen. Klager is bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de moeder van de kinderen met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8953
07-07-2026
Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9096
07-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een vaginaplastiek ondergaan waarbij zij is geopereerd door de plastisch chirurg. Klaagster heeft diverse klachten over de operatie, de verleende zorg en de verslaglegging. De klacht over de informatievoorziening is verjaard en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Het gebruik van een perineoscrotale lap tijdens de operatie is in overeenstemming met wetenschappelijke inzichten. Dat de gecreëerde labia majora onontwikkelder zijn dan klaagster had gewild, maakt niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet aannemelijk dat de prolaps het gevolg is van de operatie.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2805
06-07-2026
Ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (hierna: de patiënte) die is overleden. De patiënte werd behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. De internist was de hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster is, kort gezegd, niet tevreden over de medische behandeling die de patiënte heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2798
06-07-2026
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Zij is - kort gezegd - niet tevreden over de zorg die haar moeder in het ziekenhuis kreeg. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte was bij de longarts onder behandeling voor longklachten vanwege haar astma. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat hij een verkeerde diagnose (sarcoïdose) heeft gesteld en patiënte niet heeft gewezen op de risico’s van zuurstoftoediening en niets heeft gedaan om deze risico’s te mitigeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2823
06-07-2026
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige had dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed daar aan het eind van de ochtend. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de nazorg na het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zorg aan patiente gegrond zijn, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op deze onderdelen en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2799
06-07-2026
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte is in de nacht opgenomen in het ziekenhuis, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). De volgende ochtend is zij overleden. De longarts was op de avond van opname en op de dag van het overlijden van patiënte de dienstdoend longarts. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan, geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten dat de longarts geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had alsnog gegrond en legt de longarts een waarschuwing op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2824
06-07-2026
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De moeder van klaagster is behandeld in het ziekenhuis in verband met een mammacarcinoom (borstkanker). Vanaf september 2015 vonden de poliklinische controles plaats bij de verpleegkundig specialist. Eind februari 2021 heeft de arts de controles (weer) overgenomen in verband met uitzaaiingen (levermetastasen). Patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte en in de communicatie met patiënte en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2800
06-07-2026
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. De longarts is betrokken geweest bij een behandeling van patiënte op de spoedeisende hulp (SEH). Volgens klaagster heeft de longarts onzorgvuldig gehandeld, omdat hij geen behandeling heeft voorgesteld voor de dyspnoeklachten en/of geen zuurstofbeleid heeft opgesteld voor het toedienen van zuurstof. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2927 en C2025/2928
06-07-2026
Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verpleegkundige heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de verpleegkundige daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen en de klacht alsnog ongegrond verklaren.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2950
06-07-2026
Klacht tegen een SEH-arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de SEH-arts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH, en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden. Verweerster was de dienstdoend SEH-arts. Klaagster verwijt de SEH-arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de arts-assistent), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2974
06-07-2026
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische behandeling uitgevoerd. Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2951
06-07-2026
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de arts als arts-assistent werkzaam was. De moeder van klaagster was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden.De arts was in het kader van haar opleiding tot militair arts net begonnen als arts-assistent op de SEH. De opname van patiënte op de SEH waar het in deze zaak om gaat, vond plaats aan het einde van haar vijfde dienst. Klaagster verwijt de arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de SEH-arts), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege acht het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts geen contact heeft opgenomen met de longarts toen de omvang en complexiteit van de medicatielijst haar duidelijk werden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond maar legt de arts geen maatregel op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3040
06-07-2026
Klaagster werd vanuit het ziekenhuis verwezen naar de afdeling dermatologie in verband met huidklachten. Zij kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster werd vervolgens door de arts op consult voor een herbeoordeling gezien. Na onderzoek concludeerde de arts dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot datzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2754
06-07-2026
.
Bekijk volledige zaak →