📄 Alle Zaken
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8905
10-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onjuiste
diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen
zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending
van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater
was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de
LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert
dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9739
10-07-2026
Voorzittersbeslissing. Klaagschrift voldoet niet aan de eisen. Ook naar aanleiding
van de door de secretaris gestelde vragen heeft klaagster onvoldoende duidelijkheid
gegeven. Het is aan klaagster om te stellen en toe te lichten over welk concreet handelen
of nalaten van verweerder zij een klacht heeft. Voor verweerder moet het voldoende
duidelijk zijn waar de klacht over gaat, zodat hij daarop kan reageren. Dit is ook
telefonisch aan klaagster toegelicht. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in
de klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9647
10-07-2026
Voorzittersbeslissing. De GZ-psycholoog heeft de vader van klager in behandeling gehad.
Bij één van de consulten is klager aanwezig geweest. Verder heeft klager een e-mail
naar de GZ-psycholoog gestuurd met vragen, waar de GZ-psycholoog niet op gereageerd
heeft. Klager maakt de GZ-psycholoog meerdere verwijten, zowel betreffende de behandeling
als met betrekking tot uitlatingen die de GZ-psycholoog over klager zou hebben gedaan
en over het niet reageren op zijn e-mail. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in
de klachtonderdelen die zien op de behandeling. Voor het overige is de klacht kennelijk
ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313
10-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader
van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd.
Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek
waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen
van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij
toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken,
dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft
geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college
verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8845
10-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater
haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische
grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig
en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden
en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het
college is van oordeel dat de psychiater voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook
gelet op zijn relatief beperkte rol bij de casus van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8847
10-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater
haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische
grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig
en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden
en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het
college is van oordeel dat de psychiater klaagster voldoende heeft gehoord, aangezien
zijn enkele rol het beoordelen van de separeerindicatie was. De andere verwijten treffen
geen doel omdat de psychiater geen verdere betrokkenheid had bij de casus van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8592
08-07-2026
Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering,
samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag
na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen
aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten
niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor
de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden,
waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9650
08-07-2026
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk.
Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een conflict met het ziekenhuis
en de arts waarbij zij aandrong op een schadevergoeding door de verzekeraar en aangaf
de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast
diende klaagster meerdere (inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) klachten in tegen
dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H20269721
08-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening
aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het
ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter
is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts
en kon dit daarom niet verstrekken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8121
08-07-2026
Klager is een jaar in behandeling bij een gz‑psycholoog voor sociale angst. De behandeling
wordt beëindigd nadat hij seksuele gevoelens tijdens de behandeling ervaart. Hij dient
13 klachten in over onder andere geheimhouding, informatievoorziening, regie, dossier,
overdracht en beëindiging. Het tuchtcollege verklaart12 van de 13 klachtonderdelen
ongegrond. Alleen het onderdeel over het onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens
is gegrond, maar rechtvaardigt geen maatregel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9271
08-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Geen sprake van onvoldoende zorgverlening
aan klagers dochter. Na optreden alarmsignalen is de dochter doorverwezen naar het
ziekenhuis. Van structureel weigeren verstrekking medisch dossier van de dochter
is ook geen sprake. De huisarts had het dossier overgedragen aan de nieuwe huisarts
en kon dit daarom niet verstrekken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8379
08-07-2026
Klager, tbs‑patiënt, verwijt zijn behandelcoördinator (gz‑psycholoog) dat zij in haar
advies aan justitie over hem bevooroordeeld was, dat zij onjuiste informatie gaf,
zijn privacy schond en hem heeft bedreigd. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog
handelde volgens de professionele normen en er geen sprake is van – of bewijs voor
bevooroordeeldheid, onjuiste informatie, privacy‑schending of een dreigement. Klacht
ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8823
08-07-2026
Klaagster klaagt over de handelwijze van verweerster, gz-psycholoog, nadat haar dochter
een suïcidevoornemen heeft geuit. Het college acht klaagster grotendeels niet‑ontvankelijk
in haar klacht tegen de gz‑psycholoog, omdat haar 16‑jarige dochter zelf klachtgerechtigd
is. Voor het niet delen van informatie met haar is zij wel ontvankelijk maar wordt
de klacht ongegrond verklaard. Volgens het college was er geen sprake van een acute
suïcidesituatie die het doorbreken van het beroepsgeheim zou kunnen rechtvaardigen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8560
08-07-2026
Klager klaagt over gedragingen van zijn ex-partner, een gz-psycholoog, in de privésfeer.
Het college oordeelt dat nu geen sprake is van een behandelrelatie en niet is gebleken
van privéhandelen dat zijn weerslag heeft op de beroepsuitoefening, klager kennelijk
niet-ontvankelijk is in de klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8956
07-07-2026
Klacht tegen een verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel
informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college acht het verweer
van de verpleegkundige aannemelijk dat zij in het systeem met de muis per ongeluk
een verkeerde patiënt heeft aangeklikt. Het college oordeelt dat een verkeerde muisklik
een menselijke vergissing is zonder onjuiste intentie. Dit is van onvoldoende gewicht
om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8955
07-07-2026
Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie
zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten
en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld.
Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9065
07-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager dient namens hemzelf en zijn minderjarige
kinderen een klacht in tegen de arts dat er, kort gezegd, een eenzijdig en onzorgvuldig
onderzoek is gedaan waarbij de beschuldigingen van de ex-partner zijn overgenomen
zonder dat gekeken is naar alternatieve verklaringen. Klager is bevoegd om in zijn
rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de moeder van de kinderen
met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Het college verklaart de klacht in
al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8953
07-07-2026
Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie
zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten
en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld.
Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9096
07-07-2026
Kennelijke ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een vaginaplastiek
ondergaan waarbij zij is geopereerd door de plastisch chirurg. Klaagster heeft diverse
klachten over de operatie, de verleende zorg en de verslaglegging. De klacht over
de informatievoorziening is verjaard en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
Het gebruik van een perineoscrotale lap tijdens de operatie is in overeenstemming
met wetenschappelijke inzichten. Dat de gecreëerde labia majora onontwikkelder zijn
dan klaagster had gewild, maakt niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet
aannemelijk dat de prolaps het gevolg is van de operatie.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2805
06-07-2026
Ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster heeft een klacht ingediend over de
behandeling van haar moeder (hierna: de patiënte) die is overleden. De patiënte werd
behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. De internist was de hoofdbehandelaar
van patiënte. Klaagster is, kort gezegd, niet tevreden over de medische behandeling
die de patiënte heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze
beslissing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2798
06-07-2026
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan
haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Zij is - kort
gezegd - niet tevreden over de zorg die haar moeder in het ziekenhuis kreeg. De moeder
van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde
bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte was
bij de longarts onder behandeling voor longklachten vanwege haar astma. Klaagster
verwijt de longarts onder andere dat hij een verkeerde diagnose (sarcoïdose) heeft
gesteld en patiënte niet heeft gewezen op de risico’s van zuurstoftoediening en niets
heeft gedaan om deze risico’s te mitigeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht
ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt
het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2823
06-07-2026
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht
opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was,
nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was
onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een
respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch
beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige
had dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed
daar aan het eind van de ochtend. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is
tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de
nazorg na het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht
ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klachtonderdelen
die betrekking hebben op de zorg aan patiente gegrond zijn, vernietigt de beslissing
van het Regionaal Tuchtcollege op deze onderdelen en legt aan de verpleegkundige de
maatregel van berisping op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2799
06-07-2026
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan
haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder
van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde
bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte is in
de nacht opgenomen in het ziekenhuis, nadat zij zich in de avond had gemeld op de
spoedeisende hulp (SEH). De volgende ochtend is zij overleden. De longarts was op
de avond van opname en op de dag van het overlijden van patiënte de dienstdoend longarts.
Klaagster verwijt de longarts onder andere dat zij ten onrechte behandelcode A heeft
gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is
gegaan, geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en
de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal
Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart
de klachten dat de longarts geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden
van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte
had alsnog gegrond en legt de longarts een waarschuwing op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2824
06-07-2026
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De moeder van klaagster is
behandeld in het ziekenhuis in verband met een mammacarcinoom (borstkanker). Vanaf
september 2015 vonden de poliklinische controles plaats bij de verpleegkundig specialist.
Eind februari 2021 heeft de arts de controles (weer) overgenomen in verband met uitzaaiingen
(levermetastasen). Patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig
specialist dat zij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte en in de communicatie
met patiënte en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.
Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2800
06-07-2026
Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan
haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder
van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde
bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. De longarts is
betrokken geweest bij een behandeling van patiënte op de spoedeisende hulp (SEH).
Volgens klaagster heeft de longarts onzorgvuldig gehandeld, omdat hij geen behandeling
heeft voorgesteld voor de dyspnoeklachten en/of geen zuurstofbeleid heeft opgesteld
voor het toedienen van zuurstof. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep
van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2927 en C2025/2928
06-07-2026
Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo). De verpleegkundige heeft in opdracht van de gemeente onderzoek
gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat
dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste
conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht
niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had
mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming
van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht. Het
Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de verpleegkundige
daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
vernietigen en de klacht alsnog ongegrond verklaren.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2950
06-07-2026
Klacht tegen een SEH-arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan
haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de SEH-arts werkzaam is. De moeder
van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde
bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft
zich in de avond gemeld op de SEH, en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het
ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden. Verweerster was de dienstdoend SEH-arts.
Klaagster verwijt de SEH-arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd
in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en
patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere
monitoring (in samenwerking met de arts-assistent), de medicatielijst niet heeft aangepast
aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep
van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2974
06-07-2026
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd
in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband
met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische
behandeling uitgevoerd. Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling
onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de
kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig
is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.
Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2951
06-07-2026
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar
moeder is verleend in het ziekenhuis waar de arts als arts-assistent werkzaam was.
De moeder van klaagster was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk,
obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de
avond gemeld op de SEH en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis.
De volgende ochtend is zij overleden.De arts was in het kader van haar opleiding tot
militair arts net begonnen als arts-assistent op de SEH. De opname van patiënte op
de SEH waar het in deze zaak om gaat, vond plaats aan het einde van haar vijfde dienst.
Klaagster verwijt de arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode
B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats
daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in
samenwerking met de SEH-arts), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten
die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.
Het Centraal Tuchtcollege acht het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts geen contact
heeft opgenomen met de longarts toen de omvang en complexiteit van de medicatielijst
haar duidelijk werden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk
gegrond maar legt de arts geen maatregel op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3040
06-07-2026
Klaagster werd vanuit het ziekenhuis verwezen naar de afdeling dermatologie in verband
met huidklachten. Zij kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag)
kon klaagster terugkomen. Klaagster werd vervolgens door de arts op consult voor een
herbeoordeling gezien. Na onderzoek concludeerde de arts dat er op dat moment geen
reden was voor aanvullende diagnostiek. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende
behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk
ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot datzelfde oordeel en verwerpt het
beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2754
06-07-2026
.
Bekijk volledige zaak →