Overzicht medische tuchtzaken

29-06-2026 - 05-07-2026
22
Zaken
27
Week
2026
Jaar

Tuchtbode — Week 27, 2026

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode van week 27, 2026. Deze nieuwsbrief biedt een feitelijke analyse van recent gepubliceerde tuchtrechtelijke uitspraken, met als doel bij te dragen aan het lerend vermogen binnen het medisch tuchtrecht. Deze editie bevat opvallend veel zaken rondom de beëindiging van behandelrelaties, de reikwijdte van tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevenden, en de grenzen van het tuchtrecht als instrument.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Meerdere klachten over beëindiging van behandelrelaties laten zien dat het tuchtcollege strikt toetst op zorgvuldigheid: een abrupte, eenzijdige beëindiging zonder overdracht of nazorg leidt tot een gegronde klacht, terwijl aanwezigheid bij een beëindigingsgesprek zonder inhoudelijke betrokkenheid bij het besluit niet verwijtbaar is.
  • In twee zaken oordeelt het college dat een algemeen directeur in tuchtrechtelijke zin geen eindverantwoordelijkheid draagt voor het medisch handelen van andere binnen de instelling werkzame zorgverleners, wanneer zij niet bij de concrete behandeling betrokken is geweest.
  • Het tuchtcollege in 's-Hertogenbosch verklaarde vier klachten tegen dezelfde MDL-arts kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van tuchtrecht, omdat de klachten werden ingezet als pressiemiddel in een conflict over schadevergoeding.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 22
  • Aantal zaken per beroepsgroep:
  • Psychiater: 1
  • Gz-psycholoog: 2
  • Psychotherapeut: 2
  • MDL-arts: 4
  • Arts: 2
  • Neuroloog: 5
  • Tandarts: 5
  • Orthopedisch chirurg: 1
  • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 1 (waarschuwing)

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Psychiater
  • Kern van het verwijt: De psychiater heeft de behandelrelatie met klager eenzijdig en onverwacht beëindigd, zonder te zorgen voor opvolging, overbruggingszorg, overdracht naar de huisarts of nazorg.
  • Uitspraak en maatregel: Gegrond; waarschuwing.
  • Motivering college: Het college oordeelt dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Kondig het beëindigen van een behandelrelatie tijdig aan en motiveer het besluit zorgvuldig.
  • Draag altijd zorg voor adequate overdracht, overbruggingszorg of nazorg voordat de behandelrelatie feitelijk eindigt.
  • Een eenzijdige en abrupte beëindiging zonder waarborgen voor continuïteit van zorg is tuchtrechtelijk verwijtbaar.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Gz-psycholoog (tevens algemeen directeur)
  • Kern van het verwijt: Klager stelt dat de algemeen directeur eindverantwoordelijk is voor de onzorgvuldige beëindiging van zijn behandeling door andere behandelaars binnen de GGZ-instelling.
  • Uitspraak en maatregel: Kennelijk ongegrond.
  • Motivering college: Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid is gekoppeld aan persoonlijke betrokkenheid bij de concrete zorgverlening.
  • Een leidinggevende functie brengt niet automatisch tuchtrechtelijke aansprakelijkheid mee voor het handelen van collega-zorgverleners.
  • Klaagden dienen zich te richten tot de zorgverleners die feitelijk bij de verweten gedraging betrokken waren.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Gz-psycholoog
  • Kern van het verwijt: Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd en verwijt de gz-psycholoog dat de beëindiging onverwacht en eenzijdig was.
  • Uitspraak en maatregel: Ongegrond.
  • Motivering college: Het college oordeelt dat het de gz-psycholoog niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de gz-psycholoog geen bemoeienissen gehad.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Aanwezigheid bij een beëindigingsgesprek ter ondersteuning van een collega maakt iemand niet medeverantwoordelijk voor het beëindigingsbesluit.
  • Leg in het dossier vast wie bij welk besluit betrokken is geweest, zodat verantwoordelijkheden helder zijn.
  • Het is professioneel zorgvuldig om bij emotioneel beladen gesprekken ondersteuning te bieden zonder inhoudelijke betrokkenheid bij het besluit.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: MDL-arts
  • Kern van het verwijt: Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gereageerd op haar zorgen over de vermelding van opiaten in het medisch dossier, haar angst voor toediening van morfine niet heeft weggenomen en voorafgaand aan een operatie niet adequaat heeft gereageerd op haar signalen en verzoeken.
  • Uitspraak en maatregel: Kennelijk niet-ontvankelijk.
  • Motivering college: De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Het tuchtrecht dient ter bewaking van de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg, niet als pressiemiddel voor schadevergoeding.
  • Herhaaldelijk indienen van gelijkluidende klachten tegen dezelfde zorgverlener kan leiden tot niet-ontvankelijkheid wegens misbruik van recht.
  • Zorgverleners mogen erop vertrouwen dat het tuchtcollege oneigenlijk gebruik van het tuchtrecht sanctioneert.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Tandarts
  • Kern van het verwijt: Klaagster verwijt de tandarts dat zij onbekwaam heeft gehandeld en onvoldoende gehoor heeft gegeven aan haar pijn- en kaakklachten. Na praktijkovername stelde de opvolgend tandarts tien laesies vast.
  • Uitspraak en maatregel: Ongegrond.
  • Motivering college: Het college oordeelt dat het terughoudende beleid van verweerster ten aanzien van niet-gecaviteerde cariëslaesies binnen de geldende professionele standaarden past. De klacht over onvoldoende luisteren naar klachten is ook ongegrond.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Een terughoudend behandelbeleid bij niet-gecaviteerde cariëslaesies kan binnen de professionele standaard vallen.
  • Verschillen in behandelopvatting tussen opvolgend en voorgaand behandelaar betekenen niet dat de eerdere zorg onzorgvuldig was.
  • Documenteer de klinische afwegingen bij een afwachtend beleid, zodat deze achteraf navolgbaar zijn.

ECLI:NL:TGZRZWO:2026:100Bekijk uitspraak

  • Beroepsgroep: Arts
  • Kern van het verwijt: Klager verwijt de arts dat hij zijn benauwdheidsklachten onvoldoende serieus heeft genomen, klager niet met de nodige spoed naar het ziekenhuis is gestuurd en dat er in de wachttijd niet is gehandeld door het toedienen van zuurstof. Later bleek klager een longembolie te hebben.
  • Uitspraak en maatregel: Ongegrond.
  • Motivering college: De klacht is ongegrond verklaard. De arts heeft klager naar een medisch specialist in het ziekenhuis doorverwezen.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Een adequate doorverwijzing bij verslechtering van de klinische situatie is een zorgvuldige interventie.
  • Het achteraf vaststellen van een ernstige diagnose maakt het voorafgaande klinische handelen niet zonder meer onzorgvuldig.
  • Documenteer de klinische overwegingen bij de beslissing om wel of niet met spoed te verwijzen.

5. CONCLUSIE

Deze week laat zien dat het tuchtcollege strikt onderscheid maakt tussen persoonlijke betrokkenheid bij zorgverlening en formele hiërarchische posities: alleen wie feitelijk bij een besluit betrokken is, kan daarop tuchtrechtelijk worden aangesproken. Bij beëindiging van behandelrelaties blijft de norm helder: een abrupte stop zonder adequate overdracht of nazorg is verwijtbaar, terwijl ondersteunende aanwezigheid zonder inhoudelijke betrokkenheid niet tot aansprakelijkheid leidt. Tot slot bevestigen de niet-ontvankelijkverklaringen dat het tuchtrecht geen instrument is voor schadevergoedingsonderhandelingen of het voortzetten van langdurige conflicten met zorginstellingen.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8571
03-07-2026
Gegronde klacht tegen een psychiater. Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld omdat zij, door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager, diens belangen in ernstige mate heeft geschonden. Het college is van oordeel dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie met klager onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg. Waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8432
03-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8568
03-07-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8569
03-07-2026
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de gz-psycholoog niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de gz-psycholoog geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8570
03-07-2026
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. De psychotherapeut is bij de behandeling van klager betrokken geweest. Klager is ontevreden over de wijze waarop de behandeling is beëindigd.Het college is van oordeel dat het de psychotherapeut niet kan worden verweten dat de behandeling onverwacht en eenzijdig is beëindigd, omdat zij op dat moment niet meer betrokken was bij de behandeling van klager. Weliswaar was zij bij het gesprek waarin de beëindiging van de behandeling aan klager werd medegedeeld aanwezig, maar dit was alleen ter ondersteuning van de psychiater en om de verwachte emoties te reguleren. Bij het (tot stand komen van het) besluit tot het beëindigen van de behandeling heeft de psychotherapeut geen bemoeienissen gehad. De klacht is ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8418
02-07-2026
Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:106 .
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing A2025/8417
02-07-2026
Herstelbeslissing van de beslissing van 8 mei 2026 ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 .
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9154
01-07-2026
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gereageerd op haar zorgen over de vermelding van opiaten in het medisch dossier, haar angst voor toediening van morfine niet heeft weggenomen en voorafgaand aan een operatie niet adequaat heeft gereageerd op haar signalen en verzoeken.De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8900
01-07-2026
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij de behandeling van haar ziekte van Crohn ten onrechte heeft beëindigd, onvoldoende heeft meegewerkt aan de voortzetting van de zorg, onvolledige informatie aan de huisarts heeft verstrekt en verzoeken om behandelafspraken heeft genegeerd. De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9231
01-07-2026
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster is bang dat ze na een ongeluk in haar woonplaats naar het ziekenhuis wordt gebracht en dat zij daar pijnstilling krijgt toegediend. Klaagster is bang dat deze morfinegift haar fataal gaat worden, in het licht van eerdere ervaringen. Klaagster wil erop kunnen vertrouwen dat ze geen morfinepreparaat krijgt toegediend en verwijt verweerster dat zij geen borging biedt voor goede en veilige zorg..De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9406
01-07-2026
Klacht tegen een MDL-arts. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende heeft gewaarborgd dat aan haar geen morfinepreparaten zouden worden toegediend en daarmee geen goede en veilige zorg heeft geboden. De voorzitter oordeelt dat sprake is van misbruik van tuchtrecht. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een langdurig conflict met het ziekenhuis en de arts, waarbij zij herhaaldelijk aandrong op een schadevergoeding en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere, inhoudelijk grotendeels gelijkluidende klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken ondanks opgelegde contactbeperkingen. Het tuchtrecht is niet bedoeld als middel om onderhandelingen af te dwingen of een geschil met een zorginstelling voort te zetten.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8957
30-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts die intakegesprek heeft gevoerd en neurologisch onderzoek heeft gedaan bij onderzoek naar multiple sclerose (MS). Verwijt dat de arts klaagsters klachten niet (volledig) heeft besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) en geen correcte diagnose heeft gesteld is ongegrond. De arts heeft een zorgvuldig en volledig neurologisch onderzoek uitgevoerd en daarbij geen zaken onbesproken gelaten. Haar onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8958
30-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Onder verantwoordelijkheid van de neuroloog is onderzocht of klaagster multiple sclerose (MS) had. Intakegesprek en neurologisch onderzoek door arts-onderzoeker waren zorgvuldig en volledig. Daarbij zijn geen zaken onbesproken gelaten. Het onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. De neuroloog valt noch als supervisor van de arts, noch als behandelaar een verwijt te maken. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen. Overigens zijn tot twee keer toe nog ontbrekende scans opgevraagd en beoordeeld en heeft de neuroloog alle MRI-scans nog eens samen met klaagster bekeken en besproken. Het wel of niet afwijkende looppatroon van klaagster is geen doorslaggevende factor bij het stellen van de diagnose MS.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8764
30-06-2026
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. De opvolgende tandarts heeft bij de eerste periodieke controle bij klaagster tien laesies vastgesteld, waarvoor een restauratieve behandeling werd ingezet. Klaagster verwijt verweerster dat zij onbekwaam heeft gehandeld en onvoldoende gehoor heeft gegeven aan haar pijn- en kaakklachten. Het college oordeelt dat het terughoudende beleid van verweerster ten aanzien van niet-gecaviteerde cariëslaesies binnen de geldende professionele standaarden past. Klacht over onvoldoende luisteren naar klachten is ook ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8765
30-06-2026
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De dochter van klagers was patiënt in de praktijk van verweerster en werd behandeld door een kindertandverzorgster. De praktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klagers. Na de overname, heeft de opvolgende tandarts bij de dochter diepe, gecaviteerde laesies vastgesteld. Klagers verwijten verweerster dat zij als eindverantwoordelijke voor het handelen van de kindertandverzorgster roekeloos, zeer nalatig en onbekwaam heeft gehandeld en niet goed met klagers als ouders heeft gecommuniceerd. Het college kan niet vaststellen dat de kindertandverzorgster onjuist of anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld en daarom kan ook niet worden vastgesteld dat de tandarts roekeloos, nalatig of onbekwaam is geweest. Een meer afwachtend beleid betekent niet dat de werkwijze niet binnen de norm van behoorlijke zorg valt. Voldoende gebleken dat de belangrijke aspecten rond het gebit van de dochter met de ouders zijn besproken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8866
30-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster is het niet eens met het verslag van de neuroloog van het consult en verwijt de neuroloog onder meer daarmee de noodzakelijke verwijzing naar een neurochirurg te blokkeren. Verschil van inzicht betekent niet dat de beoordeling door de neuroloog onjuist is. De neuroloog heeft het afwijkende inzicht van haar collega in haar beoordeling betrokken en heeft bovendien het verslag op verzoek van klaagster meerdere malen aangepast.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8766
30-06-2026
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster was patiënt in de praktijk van verweerster. De tandartspraktijk is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klaagster. Klaagster verwijt verweerster dat zij vele forse laesies in haar gebit heeft gemist of niet heeft behandeld, en dat zij een deel van een kroon zodanig heeft verlengd dat dit niet gereinigd kan worden. Het college constateert op de foto’s geen cariëslaesies die verweerster had moeten behandelen. Het behandelbeleid van monitoren, adviseren en behandelen met fluoride acht het college zorgvuldig. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster met de verlengde composietfacing op de kroon onzorgvuldig heeft gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9007
30-06-2026
Klachten over onderzoek door neuroloog bij pijnklachten in de rug, waarbij een MRI van het onderste gedeelte van klaagsters rug is gemaakt. Na een second opinion én na toename van de klachten is een MRI gemaakt van de gehele wervelkolom, waarbij een tumor werd gezien, wat een zeldzaam voorkomende oorzaak van de klachten was. Het eerdere onderzoek door de neuroloog voldeed aan de eisen en er was op dat moment, gelet op de klachten, ook geen aanleiding om een MRI van de gehele wervelkolom te maken. Kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8751
30-06-2026
Klacht tegen arts ongegrond. Klager heeft in de Penitentiaire Inrichting zijn teen gebroken. Bij controleafspraak in het ziekenhuis bleek sprake te zijn van kuitvenetrombose. Nadat de situatie van klager verslechterde, is de arts opgeroepen voor een consult. De arts heeft klager naar een medisch specialist in het ziekenhuis doorverwezen. In het ziekenhuis bleek klager een longembolie te hebben. Klager verwijt de arts dat hij zijn benauwdheidsklachten onvoldoende serieus heeft genomen, klager niet met de nodige spoed naar het ziekenhuis is gestuurd en dat er in de wachttijd niet is gehandeld door het toedienen van zuurstof.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762
30-06-2026
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8961
30-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster lijdt aan multiple sclerose en is door haar behandelaar verwezen naar de neuroloog met de vraag of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling (stamceltransplantatie) mogelijk was. Stamceltherapie komt in Nederland alleen onder zeer strikte voorwaarden in aanmerking. De beslissing dat klaagster niet aan de voorwaarden voldeed is in overeenstemming met de professionele standaard.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8716
29-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij ten onrechte heeft gekozen voor een halve knieprothese, tijdens de operatie door moeheid slordig heeft gewerkt, niet aanspreekbaar was op het tegenvallende resultaat en zijn fouten niet heeft erkend. Het college oordeelt dat de keuze voor een halve knieprothese navolgbaar was. Er zijn geen aanwijzingen dat de prothese onjuist is geplaatst of dat verweerder door vermoeidheid onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft verweerder de klachten van klaagster serieus genomen door vervolgonderzoek en een second opinion te organiseren. Dat later elders een gehele knieprothese is geplaatst, maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Bekijk volledige zaak →