Overzicht medische tuchtzaken

22-06-2026 - 28-06-2026
12
Zaken
26
Week
2026
Jaar

Tuchtbode — Week 26, 2026

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode van week 26, 2026. Deze nieuwsbrief is een poging bij te dragen aan het lerend vermogen van het medisch tuchtrecht door complexe uitspraken te vertalen naar heldere, praktische inzichten. In deze editie komt onder meer euthanasiezorg bij psychisch lijden aan bod, de professionele grenzen bij het aannemen van giften, en het belang van transparante declaraties. Ook bespreken we zaken over dossiervoering en gegevensverstrekking.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Verschillende zaken over euthanasie bij psychisch lijden laten zien dat zowel de uitvoerend arts als de SCEN-arts een grote behoedzaamheid moeten betrachten en zorg moeten dragen voor voldoende expertise, waaronder psychiatrische consultatie en collegiaal overleg bij de SCEN-beoordeling.
  • Het aannemen van omvangrijke contante giften, PayPal-betalingen en luxe geschenken door een zorgverlener is in strijd met de beroepsnormen. Ook niet-transparante behandelkosten en onjuiste declaraties kunnen leiden tot een berisping.
  • Het zorgvuldig omgaan met medische dossiers, zowel bij het beveiligd versturen als bij het bewaren van relevante informatie, blijft een terugkerend thema. Het ontbreken van een familienaam in het dossier kan niet tuchtrechtelijk worden verweten als de richtlijnen worden gevolgd.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 12
  • Aantal zaken per beroepsgroep:
  • Physician assistant: 1
  • Orthopedagoog-generalist: 1
  • Fysiotherapeut: 1
  • Cosmetisch arts: 1
  • Arts (SCEN-arts): 1
  • Huisarts: 3
  • Sportarts: 1
  • Verpleegkundige / praktijkondersteuner somatiek: 1
  • Huisarts (waarnemer): 1
  • Arts (niet nader gespecificeerd in titel): 1
  • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 4 (drie waarschuwingen, één berisping)

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142

Uitspraak: https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_142

  • Beroepsgroep: Arts (SCEN-arts)
  • Kern van het verwijt: De IGJ verwijt de arts dat hij bij de consultatie voor euthanasie vanwege psychisch lijden niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen. Het SCEN-verslag was onvoldoende onderbouwd en hij heeft de huisarts er niet op gewezen dat de verstrekte informatie ontoereikend was voor een inhoudelijk oordeel.
  • Uitspraak en maatregel: Gegrond, waarschuwing.
  • Motivering college: Het college overwoog dat “het ook aangewezen [was] om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is.” Bij de maatregel werd meegewogen dat de arts zich heeft laten bijscholen en inmiddels met pensioen is.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Wees als SCEN-arts bij een euthanasieverzoek op basis van psychisch lijden uiterst behoedzaam. Toets kritisch of de aangeleverde informatie een gedegen oordeel mogelijk maakt.
  • Onderbouw het eigen verslag grondig en overweeg laagdrempelig collegiaal overleg met een SCEN-arts die tevens psychiater is.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143

Uitspraak: https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_143

  • Beroepsgroep: Huisarts
  • Kern van het verwijt: De IGJ verwijt de huisarts onzorgvuldig handelen bij een uitgevoerde euthanasie vanwege psychisch lijden. De huisarts heeft niet gezorgd voor voldoende psychiatrische expertise en genoegen genomen met een ondermaats SCEN-verslag.
  • Uitspraak en maatregel: Gegrond, waarschuwing.
  • Motivering college: De huisarts heeft “niet de grote behoedzaamheid […] betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was.” Bij de maatregel woog mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd.
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Betracht grote behoedzaamheid bij euthanasieverzoeken op basis van uitsluitend psychisch lijden.
  • Draag actief zorg voor het raadplegen van onafhankelijke psychiatrische expertise en ga niet zonder meer af op een SCEN-verslag dat als onvoldoende onderbouwd moet worden beschouwd.

ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93

Uitspraak: https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_93

  • Beroepsgroep: Sportarts
  • Kern van het verwijt: De klacht betreft het ten onrechte beëindigen van de behandelrelatie, onvoldoende informeren over behandelkosten, onjuiste declaraties, en het aannemen van buitensporige giften van een patiënt, waaronder €100.000 contant, PayPal-betalingen en Formule 1-tickets.
  • Uitspraak en maatregel: Gegrond op de onderdelen niet-transparante behandelkosten, onjuiste declaraties, onzorgvuldige beëindiging behandelrelatie en het aannemen van giften. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het BIG-register.
  • Motivering college: Het college oordeelde dat het handelen op deze punten “in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen.”
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Wees transparant over de kosten van een behandeling, ook als deze langdurig is.
  • Het aannemen van aanzienlijke contante bedragen, meerdere betalingen of kostbare geschenken van een patiënt overschrijdt professionele grenzen en is tuchtrechtelijk verwijtbaar.
  • Zorg bij het beëindigen van een behandelingsovereenkomst dat je voldoet aan de zorgvuldigheidsregels.

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:131

Uitspraak: https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_131

  • Beroepsgroep: Fysiotherapeut
  • Kern van het verwijt: Klager verwijt de fysiotherapeut dat deze een onjuiste diagnose (Hoog Cervicale Functie Stoornis) heeft gesteld en op basis daarvan een onjuiste, jarenlange nekbehandeling heeft uitgevoerd. Ook zou het dossier onjuistheden bevatten.
  • Uitspraak en maatregel: Gedeeltelijk gegrond (in mindere mate dan in eerste aanleg). Het Centraal Tuchtcollege legt een lichtere maatregel op: waarschuwing. (Het Regionaal Tuchtcollege had een berisping opgelegd.)
  • Leerpunten voor de praktijk:
  • Een gedegen en onderbouwde diagnostiek is de basis voor elke behandeling; de diagnose moet kunnen steunen op de daarvoor geldende professionele standaard.
  • Dossiervoering moet een accurate weergave zijn van het klinisch redeneren en het gevoerde beleid.

5. CONCLUSIE

Deze week benadrukt het belang van professionele en ethische grenzen in de zorg, variërend van de omgang met kwetsbare euthanasieprocedures tot de integriteit in financiële relaties met patiënten. De uitspraken laten zien dat het tuchtcollege bij euthanasie vanwege psychisch lijden een uitzonderlijk hoge zorgvuldigheidseis stelt aan alle betrokken artsen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat het aannemen van grote giften van cliënten de professionele distantie schaadt en dat transparante en juiste declaraties een basisvereiste zijn in de behandelrelatie. Een lichtere maatregel in hoger beroep illustreert hoe zorgvuldig het tuchtcollege de feiten weegt.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185
26-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd. Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De PA heeft aan haar zorgplicht voldaan.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939
24-06-2026
Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011
24-06-2026
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105
24-06-2026
Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393
23-06-2026
Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392
23-06-2026
Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8668
23-06-2026
Klacht tegen een sportarts gegrond. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het BIG-register. Klager is gedurende een periode van twee jaar behandeld door de sportarts totdat de behandelingsovereenkomst door de sportarts werd opgezegd. Klager maakt de sportarts verschillende verwijten. Zo vindt hij dat de behandelrelatie ten onrechte is beëindigd, hij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling, er sprake is van onjuiste declaraties, en de sportarts buitensporige giften waaronder €100.000,- contant heeft aangenomen. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen betreffende niet-transparante behandelkosten en ontijdige/onjuiste declaraties gegrond zijn. Ook heeft de sportarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst de sportarts niet voldaan aan de door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Daarnaast oordeelt het college dat het aannemen van de tas met contant geld, drie betalingen via PayPal en Formule 1 tickets in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8966
23-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een verzoek tot vernietiging van een deel van zijn medisch dossier gedaan. De huisarts heeft binnen een maand na het verzoek contact opgenomen en na de zomersluiting van de praktijk heeft een fysieke afspraak plaatsgevonden om het verzoek te bespreken en uit te voeren. Hiermee heeft de huisarts voldoende zorgvuldig gehandeld. De huisarts kan niet worden verweten dat een notitie, die op verzoek van klager is vernietigd, nu niet meer in het dossier zit. Overige klacht ook ongegrond. Klacht kennelijk
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126
22-06-2026
Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8127
22-06-2026
Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk van verweerder. Ze verwijt de huisarts dat zij bij het opvragen van haar medisch dossier is tegengewerkt en dat de huisarts het dossier onbeveiligd heeft laten versturen door de assistente via de praktijke-mail. Het college komt tot het oordeel dat alhoewel het dossier niet onbeveiligd had mogen worden verstuurd, de huisarts er in dit geval geen verwijt van kan worden gemaakt, omdat de assistente dit heeft gedaan zonder medeweten van de huisarts en in strijd met de geldende afspraken hierover in de praktijk, ook is niet duidelijk onder welke omstandigheden de assistente het dossier via de praktijke-mail heeft verzonden. Van tegenwerking bij het verstrekken van het dossier is het college niet gebleken. De klacht is ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129
22-06-2026
Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie, die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130
22-06-2026
Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld.
Bekijk volledige zaak →