[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_145",
    "date": "26-06-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar\n                           van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden\n                           mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te\n                           informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de\n                           PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt\n                           dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor\n                           zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld\n                           of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd.\n                           Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De\n                           PA heeft aan haar zorgplicht voldaan."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_130",
    "date": "24-06-2026",
    "description": "Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht\n                           gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist\n                           is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden\n                           februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen\n                           gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster\n                           en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft\n                           gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden\n                           Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door\n                           alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling.\n                           Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk\n                           ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal\n                           Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep\n                           van klaagster."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_131",
    "date": "24-06-2026",
    "description": "Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare\n                           lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie\n                           Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de\n                           nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft\n                           gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou\n                           het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft\n                           de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping\n                           opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal\n                           worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de\n                           klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege\n                           en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_132",
    "date": "24-06-2026",
    "description": "Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed\n                           consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van\n                           de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige\n                           kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard\n                           en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c)\n                           en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de\n                           beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel\n                           dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere\n                           maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk\n                           zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel\n                           en verwerpt het beroep van klaagster."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_142",
    "date": "23-06-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als\n                           SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie\n                           bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie\n                           Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen\n                           van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch\n                           lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet\n                           en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd.\n                           Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie\n                           onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel\n                           van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts\n                           die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat\n                           de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond\n                           verklaard, waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_143",
    "date": "23-06-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts\n                           heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie\n                           is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het\n                           college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet\n                           zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen\n                           heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid\n                           heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter\n                           psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel\n                           mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject\n                           heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8668",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_93",
    "date": "23-06-2026",
    "description": "Klacht tegen een sportarts gegrond. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het\n                           BIG-register. Klager is gedurende een periode van twee jaar behandeld door de sportarts\n                           totdat de behandelingsovereenkomst door de sportarts werd opgezegd. Klager maakt de\n                           sportarts verschillende verwijten. Zo vindt hij dat de behandelrelatie ten onrechte\n                           is beëindigd, hij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling, er\n                           sprake is van onjuiste declaraties, en de sportarts buitensporige giften waaronder\n                           €100.000,- contant heeft aangenomen. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen\n                           betreffende niet-transparante behandelkosten en ontijdige/onjuiste declaraties gegrond\n                           zijn. Ook heeft de sportarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst de\n                           sportarts niet voldaan aan de door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Daarnaast\n                           oordeelt het college dat het aannemen van de tas met contant geld, drie betalingen\n                           via PayPal en Formule 1 tickets in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8966",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_144",
    "date": "23-06-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een verzoek tot vernietiging\n                           van een deel van zijn medisch dossier gedaan. De huisarts heeft binnen een maand na\n                           het verzoek contact opgenomen en na de zomersluiting van de praktijk heeft een fysieke\n                           afspraak plaatsgevonden om het verzoek te bespreken en uit te voeren. Hiermee heeft\n                           de huisarts voldoende zorgvuldig gehandeld. De huisarts kan niet worden verweten dat\n                           een notitie, die op verzoek van klager is vernietigd, nu niet meer in het dossier\n                           zit. Overige klacht ook ongegrond. Klacht kennelijk"
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_94",
    "date": "22-06-2026",
    "description": "Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle\n                           van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen\n                           aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het\n                           LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer\n                           dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s\n                           van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren\n                           in het dossier.  Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie\n                           van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde\n                           kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt\n                           tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor\n                           het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8127",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_95",
    "date": "22-06-2026",
    "description": "Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol\n                           in de huisartsenpraktijk van verweerder. Ze verwijt de huisarts dat zij bij het opvragen\n                           van haar medisch dossier is tegengewerkt en dat de huisarts het dossier onbeveiligd\n                           heeft laten versturen door de assistente via de praktijke-mail. Het college komt tot\n                           het oordeel dat alhoewel het dossier niet onbeveiligd had mogen worden verstuurd,\n                           de huisarts er in dit geval geen verwijt van kan worden gemaakt, omdat de assistente\n                           dit heeft gedaan zonder medeweten van de huisarts en in strijd met de geldende afspraken\n                           hierover in de praktijk, ook is niet duidelijk onder welke omstandigheden de assistente\n                           het dossier via de praktijke-mail heeft verzonden. Van tegenwerking bij het verstrekken\n                           van het dossier is het college niet gebleken. De klacht is ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_96",
    "date": "22-06-2026",
    "description": "Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol\n                           in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend\n                           huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie,\n                           die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis\n                           dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een\n                           onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en\n                           bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht\n                           kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van\n                           onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_97",
    "date": "22-06-2026",
    "description": "Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken\n                           bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol.\n                           Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd\n                           was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende\n                           rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte\n                           en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat\n                           door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis.\n                           Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor\n                           zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de\n                           verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat\n                           de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet\n                           onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform\n                           de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld."
  }
]