Overzicht medische tuchtzaken

01-06-2026 - 07-06-2026
13
Zaken
23
Week
2026
Jaar

Tuchtbode — Week 23 2026

Een onofficiële, professionele nieuwsbrief over medische tuchtzaken, met als doel bij te dragen aan het lerend vermogen van het tuchtrecht.


1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode van week 23 2026. In deze nieuwsbrief worden dertien recente uitspraken van tuchtcolleges samengevat en geanalyseerd, steeds met het oog op praktisch leren en kwaliteitsverbetering. De editie bevat onder meer een gegronde klacht tegen een verpleegkundige, meerdere beroepszaken rond één zorgtraject, en diverse ongegronde klachten over medisch en verzekeringsgeneeskundig handelen.


2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Tuchtcolleges toetsen medisch-inhoudelijke beslissingen terughoudend: niet de uitkomst, maar het handelen in het licht van de professionele standaard ten tijde van de zorg staat centraal. Verschillende klachten over chirurgisch, intern en neurologisch handelen strandden omdat geen schending van die norm kon worden vastgesteld.
  • Een zorgverlener die zonder behandelrelatie een niet-objectieve verklaring over een persoon afgeeft bestemd voor een juridische procedure, handelt tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat leidde deze week tot een berisping.
  • Klachten over verzekeringsgeneeskundige beoordelingen worden veelal ongegrond verklaard wanneer het onderzoek zorgvuldig en conform de geldende normen is uitgevoerd.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 13
  • Aantal zaken per beroepsgroep (waar gespecificeerd):
  • Chirurg: 1
  • Verzekeringsarts: 2
  • Verpleegkundige: 2
  • Arts/arts-assistent: 2
  • Internist: 1
  • Neuroloog: 1
  • Beroepsgroep niet nader bepaald: 4
  • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 1 (berisping)

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101 (uitspraak)

  • Beroepsgroep: Chirurg
  • Kern van het verwijt: Tijdens een laparoscopische operatie werd de ductus choledochus doornomen in plaats van de ductus cysticus.
  • Citaat: “Gezien de voorgeschiedenis en beeldvorming was inzetten laparoscopische operatie niet verwijtbaar. Handelen tijdens operatie ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.”
  • Uitspraak en maatregel: Klacht ongegrond; geen maatregel.
  • Korte motivering: Het college achtte de keuze voor laparoscopie verantwoord en het intra-operatief handelen niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm.
  • Concrete leerpunten: Een ernstige complicatie maakt het medisch handelen niet zonder meer verwijtbaar. Zorgvuldige preoperatieve afweging en operatietechniek worden getoetst, maar niet met de wijsheid achteraf.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126 (uitspraak)

  • Beroepsgroep: Verpleegkundige (psychiatrisch)
  • Kern van het verwijt: De verpleegkundige stelde als ex-schoonzus en verpleegkundige een verklaring op over de psychische gesteldheid van klager zonder dat ooit een behandelrelatie had bestaan.
  • Citaat: “Het college oordeelt dat de verpleegkundige verwijtbaar gehandeld door in haar hoedanigheid van verpleegkundige een verklaring op te stellen zonder ooit een behandelrelatie met klager te hebben gehad en in de wetenschap dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. Bovendien is de inhoud van haar verklaring niet objectief en is deze niet uitsluitend op feiten gebaseerd.”
  • Uitspraak en maatregel: Klacht gegrond; berisping.
  • Korte motivering: Er was sprake van vermenging van privé- en beroepsrollen, met een niet op feiten gebaseerde verklaring voor gerechtelijk gebruik. Het college woog mee dat onvoldoende inzicht was getoond in het onjuiste handelen.
  • Concrete leerpunten: Stel nooit als zorgverlener een verklaring op over een persoon met wie je geen professionele behandelrelatie hebt, zeker als die verklaring een juridische procedure dient. Een dergelijke verklaring moet te allen tijde objectief en feitelijk zijn.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127 (uitspraak)

  • Beroepsgroep: Verpleegkundige (werkzaam als doktersassistente)
  • Kern van het verwijt: Klaagster verweet verweerster het bellen van 112 te hebben verboden en de triageprotocollen niet goed te hebben gevolgd, wat zou hebben geleid tot vertraging in spoedzorg.
  • Citaat: “Uit niets blijkt dat de verpleegkundige zou hebben verboden om het alarmnummer te bellen. Op basis van de NHG-Triagewijzer zijn de noodzakelijke vragen gesteld en in het huisartsenjournaal genoteerd.”
  • Uitspraak en maatregel: Klacht ongegrond; geen maatregel.
  • Korte motivering: De feitelijk uitgevoerde triagewerkzaamheden vielen binnen het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige. Uit het dossier bleek dat de urgentie U3 terecht was ingeschat en er geen aanwijzingen voor instabiliteit waren.
  • Concrete leerpunten: Systematische triage aan de hand van de NHG-Triagewijzer en adequate documentatie in het journaal bieden een stevige basis bij een tuchtrechtelijke toetsing van telefonische spoedzorg.

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:109 (uitspraak)

  • Beroepsgroep: Arts (arts-assistent SEH)
  • Kern van het verwijt: Klaagster stelde tekortkomingen aan de orde rond de opname en behandeling op de SEH, de deskundigheid van de arts en het overleg met de supervisor. (Betreft een complexe zorgcasus met longontsteking en later herseninfarcten.)
  • Citaat: Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard; het Centraal Tuchtcollege komt “tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.”
  • Uitspraak en maatregel: Klacht ongegrond; geen maatregel.
  • Korte motivering: Het handelen van de arts-assistent kon de toets aan de professionele standaard doorstaan. Het gevoerde overleg en de supervisie speelden daarbij een belangrijke rol.
  • Concrete leerpunten: Een arts-assistent die adequaat overlegt met zijn supervisor en handelt conform de geldende protocollen, mag rekenen op steun van het tuchtcollege, ook als achteraf de situatie verergert.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:110 (uitspraak)

  • Beroepsgroep: Internist
  • Kern van het verwijt: Als hoofdbehandelaar zou de internist tekort zijn geschoten in supervisie, communicatie en dossiervoering tijdens de opname en behandeling van dezelfde klaagster.
  • Citaat: Ook hier oordeelden het Regionaal Tuchtcollege en het Centraal Tuchtcollege unaniem dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond was.
  • Uitspraak en maatregel: Klacht ongegrond; geen maatregel.
  • Korte motivering: Uit niets bleek dat de internist niet de van een redelijk bekwame specialist te verwachten zorg had geleverd. Zowel de supervisie als de communicatie en verslaglegging waren niet verwijtbaar.
  • Concrete leerpunten: Een gestructureerde dossiervoering en duidelijke communicatie, inclusief de rolverdeling met supervisanten, zijn essentieel. In deze zaak bleek de documentatie voldoende om het handelen te verantwoorden.

5. CONCLUSIE

Deze week bevestigt dat het tuchtrecht primair het professionele proces toetst, niet de onwenselijke uitkomst. Waar zorgverleners handelen conform richtlijnen, collegiaal overleg voeren en zorgvuldig administreren, vallen hun keuzes meestal binnen de bandbreedte van het toelaatbare. De gegronde berisping onderstreept het absolute verbod op het mengen van private en professionele rollen bij het opstellen van verklaringen voor juridische procedures. Structurele aandacht voor rolvastheid en professionele distantie blijft in het tuchtrecht een terugkerend thema.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7644
03-06-2026
Klacht ingediend door de kleinzoon van een gedurende deze procedure overleden patiënte. Klager is ontvankelijk door combinatie van een medische en een algemene volmacht voor overige aangelegenheden gericht aan klagers vader en aan klager, de akkoordverklaring van de vader en instemming van de vader met voortzetting van de klacht na overlijden van patiënte. De klacht is kennelijk ongegrond. Geklaagd wordt over de kwaliteit van de geleverde zorg en de communicatie onder andere over de hoedanigheid van verweerster. De omstandigheden waarop de klacht is gebaseerd en de verweten handelingen worden niet vastgesteld door het college.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8404
03-06-2026
Klacht tegen chirurg ongegrond. Ductus choledochus doorgenomen in plaats van ductus cysticus. Gezien de voorgeschiedenis en beeldvorming was inzetten laparoscopische operatie niet verwijtbaar. Handelen tijdens operatie ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8756
03-06-2026
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zijn onderzoek naar de belastbaarheid van klaagster onvolledig is omdat hij geen eigen medisch onderzoek heeft verricht en hij heeft nagelaten de totale medische en sociale situatie van klaagster te beoordelen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het college oordeelt dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hij heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de daarvoor geldende normen uitgevoerd.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8937
03-06-2026
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagsters, moeder en dochter, verwijten verweerster dat het rapport dat verweerster op heeft opgemaakt in het kader van een hernieuwde beoordeling van de aanvraag voor een Wajonguitkering van dochter, ernstige onjuistheden bevat, niet zorgvuldig is opgemaakt en dat verweerster zich over moeder heeft uitgelaten op een wijze die niet correct is. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9173
02-06-2026
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij als zijn ex-schoonzus en als psychiatrisch verpleegkundige een verklaring over (de psychische gesteldheid van) hem heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de verpleegkundige verwijtbaar gehandeld door in haar hoedanigheid van verpleegkundige een verklaring op te stellen zonder ooit een behandelrelatie met klager te hebben gehad en in de wetenschap dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. Bovendien is de inhoud van haar verklaring niet objectief en is deze niet uitsluitend op feiten gebaseerd. Berisping opgelegd vanwege ernst verwijt, daarbij weegt mee dat inzicht in onjuistheid handelen onvoldoende is gebleken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9560
02-06-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige, werkzaam als doktersassistente. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij heeft verboden om het alarmnummer 112 te bellen en dat de verpleegkundige de triageprotocollen niet (goed) heeft gevolgd waardoor vertraging is opgetreden in de (spoed)zorg voor klaagster. Klacht is ontvankelijk: de feitelijk werkzaamheden (triage) behoren tot de taken van een verpleegkundige. De klachtonderdelen zijn ongegrond: uit niets blijkt dat de verpleegkundige zou hebben verboden om het alarmnummer te bellen. Op basis van de NHG-Triagewijzer zijn de noodzakelijke vragen gesteld en in het huisartsenjournaal genoteerd. Er waren geen aanwijzingen dat klaagster instabiel was en de urgentie is terecht ingeschat als U3.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2756
01-06-2026
.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2944
01-06-2026
.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2906
01-06-2026
Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent op de SEH betrokken bij de opname en behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de opname en behandeling op de SEH door de arts, de deskundigheid van de arts en het overleg van de arts met haar supervisor. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2907
01-06-2026
Klacht tegen internist. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De internist was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Interne. De klacht van klaagster tegen de internist bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op zijn rol als supervisor, communicatie en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de internist in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2908
01-06-2026
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De neuroloog was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Neurologie. De klacht van klaagster tegen de neuroloog bestaat uit meerdere onderdelen, die samengevat zien op het medisch handelen van de neuroloog en de samenwerking met andere specialisten/artsen. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de neuroloog in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2909
01-06-2026
Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent van de afdeling Interne betrokken bij de behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de behandeling van klaagster en de houding en deskundigheid van de arts. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2723
01-06-2026
.
Bekijk volledige zaak →