📄 Alle Zaken
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8687
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Onder supervisie
van een verzekeringsarts (verweerder in zaak A2025/8689) heeft de AIOS medische adviezen
opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster verwijt
de AIOS dat zij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies
heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de AIOS op zorgvuldige en deskundige
wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie
heeft kunnen komen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8656
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht van een nabestaande tegen een verpleegkundige. De (wijk)verpleegkundige
is in de nacht voorafgaand aan het overlijden bij patiënte geweest op verzoek van
klager, wegens buikpijn. De verpleegkundige is kort bij patiënte geweest en is weer
weggegaan. Klager verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij geen adequate controles
heeft gedaan en de situatie niet goed heeft ingeschat.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8688
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Twee (AIOS) verzekeringsartsen
verweerders in A2025/8787 en 8689) hebben medische adviezen opgesteld op verzoek van
de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster was niet tevreden over deze
adviezen en diende klachten in tegen het medisch adviesbureau. De rechtsbijstandsverzekeraar
van klaagster heeft vervolgens de verwerend verzekeringsarts gevraagd het onderzoek,
met een nieuwe onderzoeksvraag, voort te zetten. Klaagster verwijt de verzekeringsarts
dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies (in concept)
heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en
deskundige wijze zijn medisch advies heeft opgesteld, en dat hij in redelijkheid tot
zijn (deel)conclusie heeft kunnen komen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8689
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Een arts in opleiding
tot verzekeringsarts (verweerster in zaak A2025/8687) heeft onder supervisie van
de verzekeringsarts medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar
van klaagster. Er heeft steeds overleg plaatsgevonden tussen de verzekeringsarts en
de AIOS over de adviezen, en de verzekeringsarts heeft de adviezen medeondertekend.
Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld
en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts
op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij
in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8693
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts
onder meer het gebruik van onprofessionele bewoordingen en een onjuiste verslaglegging.
In het medisch onderzoeksverslag beschrijft de verzekeringsarts de observatie ‘theatrale
pijnuiting’. Zij voert aan dat dit een vakinhoudelijke benaming betreft voor een geobserveerde
wijze van pijnexpressie. Zij begrijpt dat het woord negatief of stigmatiserend kan
overkomen en heeft zich voorgenomen de term niet meer te gebruiken. Het college acht
de bewoordingen ‘theatrale pijnuiting’ minder gelukkig gekozen. Het college verbindt
aan het gebruik van de term door de verzekeringsarts geen tuchtrechtelijke consequenties.
Zij heeft niet in strijd met de beroepsnorm gehandeld door de vakterm te gebruiken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2866
23-04-2026
Gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft een implantaat bij klaagster
geplaatst. Vanaf de plaatsing had klaagster (pijn)klachten rond het implantaat waarvoor
zij diverse malen bij de tandarts is geweest. Vier jaar later, na het maken van een
driedimensionale foto bleek dat de klachten van klaagster werden veroorzaakt doordat
het implantaat scheef stond. Klaagster verwijt de tandarts dat hij het implantaat
scheef en zonder sinuslifting heeft geplaatst en dat hij onvoldoende onderzoek heeft
gedaan naar de oorzaak van de klachten die klaagster daarna had. Verder verwijt klaagster
de tandarts dat hij het dossier gebrekkig heeft bijgehouden, geen klachtenregeling
heeft en de zaak heeft gefrustreerd door niet/niet volledig/heel laat te voldoen aan
informatieverzoeken van onder andere de tandheelkundige adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts
een berisping opgelegd en bepaald dat deze berisping, nadat de beslissing onherroepelijk
is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege
is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en de door het Regionaal
Tuchtcollege opgelegde maatregel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2819
23-04-2026
Gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster (in vervolg
op een grotere operatie om haar gezicht te vervrouwelijken, een facial feminization
surgery) een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij het medisch
dossier niet goed heeft bijgehouden, bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd
en een daaropvolgende ingreep niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens
is afgeweken van het afgesproken operatieplan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de
klacht voor wat betreft de dossiervoering en het zonder voorafgaand overleg gebruiken
van vicryl-hechtdraad gegrond verklaard en de kaakchirurg een waarschuwing opgelegd.
Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht dat de kaakchirurg bij de liplift
te veel weefsel heeft verwijderd gegrond en legt de kaakchirurg een berisping op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3190 en C2026/3191
23-04-2026
Voorzittersbeslissing. Klager verblijft in een instelling waar de gz-psycholoog werkzaam
is en verblijft daar op basis van TBS met dwang verpleging. Klager klaagt over zijn
verlofregeling en de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. De voorzitter van het Regionaal
Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard. De
voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af. In het tuchtrecht
geldt het beginsel van persoonlijke verwijtbaarheid. De gz-psycholoog heeft geen betrokkenheid
gehad bij de verlofregeling van klager of het besluit over het verjaardagsfeest.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8507
22-04-2026
Klacht van huisarts tegen huisarts waarmee zij een maatschapsovereenkomst was aangegaan.
Mede wegens arbeidsongeschiktheid heeft de beklaagde huisarts de maatschap opgezegd.
Klachtonderdelen die zien op het ondermijnen van de continuïteit van zorg door zonder
overleg uitschrijving bij de Kamer van Koophandel te bewerkstelligen en het niet nakomen
van de afspraken en verplichtingen binnen een medisch samenwerkingsverband, wat directe
risico’s zou hebben opgeleverd voor de veiligheid en toegankelijkheid van zorg kennelijk
ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing/concretisering. Wat betreft het datalek
medische gegevens patiënten heeft de beklaagde huisarts zich voldoende ingespannen
om dit op te lossen tevens kennelijk ongegrond. Voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8714
22-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klager is terecht verwezen naar GGZ. Het
college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts niet goed heeft geluisterd
naar klager of zaken niet goed heeft uitgelegd. Ook is niet gebleken dat de huisarts
informatie heeft achtergehouden en niet alle mogelijkheden heeft besproken met klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8319
22-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Huisarts was niet gehouden om wederhoor
toe te passen na consult met partner van klager en niet gebleken dat er onjuiste informatie
is opgenomen in dossier van partner van klager. Gezien acute situatie met betrekking
tot veiligheid van partner en minderjarige kinderen van klager is onthouden van informatie
die in verband gebracht zou kunnen worden met hun verblijfplaats niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar. Niet gebleken dat de huisarts heeft geadviseerd om klager onjuiste informatie
te verstrekken. De huisarts is alleen verantwoordelijk voor persoonlijk handelen,
onjuiste informatie in dossiernotitie is haar niet aan te rekenen. De huisarts heeft
zich ingezet voor de belangen van de kinderen conform de geldende richtlijnen en gecommuniceerd
met klager zoals een goede huisarts betaamt. Verwijt dat huisarts geen oog heeft gehad
voor impact van handelen kan niet slagen, aangezien het tuchtrecht niet gaat over
de (mogelijke) gevolgen van handelen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7667
22-04-2026
Klacht tegen huisarts ongegrond. Partner en minderjarige kinderen van klager verbleven
op geheime locatie. De huisarts was, onder de gegevens omstandigheden, niet verplicht
om klager te informeren over verrichtingen (van niet ingrijpende aard) bij zijn minderjarige
kinderen. Verrichtingen zijn bovendien niet door de huisarts zelf verricht. Verzoeken
van klager om inzage in de medisch dossiers van kinderen zijn niet genegeerd. Communicatie
had beter gekund, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De huisarts heeft klager
wel serieus genomen en een adequate oplossing geboden. Publicatie.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8427
22-04-2026
Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk niet-ontvankelijk (ne bis in idem). Klaagster
klaagt over hetzelfde feitencomplex als waarover het college in 2024 al onherroepelijk
heeft beslist (ontbreken van gegevens in het medisch dossier).
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9332
22-04-2026
Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8607
21-04-2026
Klacht tegen tandarts over verkeerde plaatsing van een brug en over het geven van
onvoldoende informatie voorafgaand aan de behandeling.Het college oordeelt dat het
plaatsen van de brug volgens de regelen der kunst is geschied. Het college oordeelt
verder dat het de verantwoordelijkheid is van verweerder om een goed dossier bij te
houden. Nu patiënte stelt dat zij onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling
en in het dossier hierover niets is genoteerd, komt dit voor rekening en risico van
verweerder. In zoverre is de klacht over het verstrekken van onvoldoende informatie
gegrond. Het college legt een waarschuwing op.
Bekijk volledige zaak →