[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8734",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_82",
    "date": "17-04-2026",
    "description": "Gegronde klacht van operatie-assistente tegen plastisch chirurg. Klaagster verwijt\n                           de plastisch chirurg dat hij tijdens een operatie tegen haar is uitgevaren en haar\n                           daarbij ezel heeft genoemd. Tweede tuchtnorm van toepassing. De uitingen zijn niet\n                           alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, maar hebben ook direct\n                           invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt\n                           verleend. Geen rechtvaardiging voor het gedrag van de plastisch chirurg. De plastisch\n                           chirurg is als operateur ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer. Een veilig\n                           werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college heeft niet de\n                           overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie\n                           op zijn gedrag. Berisping met publicatie opgelegd."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_82",
    "date": "16-04-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_81",
    "date": "15-04-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8451",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_69",
    "date": "15-04-2026",
    "description": "Klacht tegen een bedrijfsarts. In deze zaak is sprake van een bijzondere situatie,\n                           nu de bedrijfsarts ten tijde van de procedure als wilsonbekwaam moet worden aangemerkt.\n                           Dit gegeven heeft het college voor de vraag gesteld welke betekenis en gevolgen daaraan\n                           in het kader van het Medisch tuchtrecht dienen te worden toegekend. Het college heeft\n                           de klacht kennelijk ongegrond verklaard."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8641",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_70",
    "date": "15-04-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht van klager tegen een anios bedrijfsgeneeskunde. Klager\n                           verwijt de arts onder meer dat zij niet bevoegd was om te oordelen over zijn ziekte\n                           in relatie tot het werk, niet onpartijdig en oppervlakkig heeft gehandeld, onvoldoende\n                           over haar titel heeft geïnformeerd en de gezondheid van klager niet vooropgesteld\n                           heeft. Het college stelt vast dat verweerster als anios bedrijfsgeneeskunde onder\n                           een voldoende geborgde supervisieconstructie werkzaam was met een geregistreerd bedrijfsarts\n                           als eindverantwoordelijke. Verder blijkt uit het medisch dossier dat verweerster uitvoerig\n                           onderzoek heeft verricht en zorgvuldig opbouwende adviezen heeft gegeven met aandacht\n                           voor de beperkingen van klager. Daarnaast heeft verweerster zich steeds als arts voorgesteld\n                           en ondertekend."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8997",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_80",
    "date": "14-04-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een verpleegkundige, die onrechtmatig – zonder behandelrelatie\n                           met patiënten - meerdere keren en gedurende een langere periode patiëntendossiers\n                           heeft ingezien. Verpleegkundige erkent onbevoegde inzage. Dat doet niet af aan de\n                           ernst van de normschending. Tweede tuchtnorm. Berisping en publicatie."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_81",
    "date": "14-04-2026",
    "description": "Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige,\n                           werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan\n                           met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte\n                           en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake\n                           was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele\n                           beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing\n                           voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke\n                           ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_80",
    "date": "13-04-2026",
    "description": "Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster\n                           kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht\n                           niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht\n                           wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing\n                           van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_76",
    "date": "13-04-2026",
    "description": "Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug\n                           laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a.\n                           dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking\n                           kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de\n                           tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de\n                           onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege\n                           heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd.\n                           Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing\n                           komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid\n                           om klaagster te informeren."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2983",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_77",
    "date": "13-04-2026",
    "description": "Klacht tegen een psychiater. De klacht gaat over een door de psychiater opgesteld\n                           keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet\n                           rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring\n                           doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het Regionaal Tuchtcollege\n                           heeft geoordeeld dat de psychiater in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en\n                           consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport\n                           steunen. De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk\n                           gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen\n                           van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling\n                           van de psychiater in de aan de tuchtprocedure voorafgaande correspondentie tussen\n                           hem en klager en ook in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege heeft de psychiater\n                           weinig zelfinzicht en -reflectie getoond. Het Regionaal Tuchtcollege acht een berisping\n                           daarom passend en geboden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8343",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_79",
    "date": "13-04-2026",
    "description": "Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht. Klager klaagt\n                           over een onbekend gebleven zorgverlener die feedback gaf op het pro Justitia rapport.\n                           Instelling heeft geweigerd om de naam van de zorgverlener te verstrekken, ondanks\n                           formele verzoeken van klager en zijn daartegen ingestelde beroep. Processuele verantwoordelijkheid\n                           klager de naam van de zorgverlener te verstekken. Aannemelijke onmogelijkheid voor\n                           klager. Klager heeft concrete en bruikbare aanknopingspunten klager aangedragen. Dan\n                           beperkte inspanningsverplichting (secretaris) tuchtcollege om te proberen de naam\n                           te achterhalen. Belangenafweging als instelling de naam alleen wil verstrekken als\n                           die naam niet met klager wordt gedeeld. Zeer uitzonderlijke gevallen besluit voorzitter\n                           dat de naam alleen voor tuchtcollege bekend wordt. Mogelijkheid om klacht – zonder\n                           bekendheid met en vermelding van naam zorgverlener – in behandeling nemen en uitspraak\n                           te doen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2937",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_78",
    "date": "13-04-2026",
    "description": "Klacht tegen arts in opleiding tot psychiater. Klaagster werd in januari 2024 gezien\n                           door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. In het kader van de opleiding\n                           heeft de arts, werkzaam onder supervisie, zelfstandig de intake gedaan. De bevindingen\n                           van de intake werden, na overleg met de supervisor en collega’s, met klaagster besproken.\n                           Klaagster verwijt de arts het stellen van een onjuiste diagnose, schending van de\n                           informatieplicht, een onzorgvuldige dossiervorming, het schenden van het beroepsgeheim\n                           en een gebrekkige voorlichting over verdere behandelmogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege\n                           verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk\n                           niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3074",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_79",
    "date": "13-04-2026",
    "description": "Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten\n                           is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft\n                           moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen\n                           en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig\n                           is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij\n                           de tandartspraktijk heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond\n                           verklaard. In beroep gaat het alleen over het verwijt dat de behandeling van cariës\n                           niet zorgvuldig is uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel\n                           als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster."
  }
]