[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8431",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_58",
    "date": "27-03-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een\n                           onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie.\n                           Verweerder was de dienstdoende longarts in de nacht ten tijde van de opname van klager\n                           op de SEH. Gelet op de verslaglegging is er geen twijfel aan de betrokkenheid van\n                           de longarts bij de behandeling van klager. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan\n                           van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op\n                           basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8483",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_59",
    "date": "27-03-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een\n                           onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie.\n                           Verweerder is longarts en is door het gerechtshof als deskundige benoemd voor het\n                           opstellen van een voorlopig deskundigenrapport over het handelen van de behandelend\n                           longartsen. Klager is het niet eens met het rapport. Het college komt tot het oordeel\n                           dat het geen tegenstrijdigheden ziet. Verweerder heeft in redelijkheid tot zijn conclusies\n                           kunnen komen en heeft deze ook ruimschoots onderbouwd. Alle klachtonderdelen zijn\n                           kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8484",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_60",
    "date": "27-03-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een\n                           onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie.\n                           Verweerder was als longarts overdag de behandelend longarts op de SEH. Gelet op de\n                           verslaglegging van de SEH-arts, ziet het college geen aanleiding te twijfelen aan\n                           de intensieve betrokkenheid van de longarts. Het college heeft begrip voor de drukke\n                           en onrustige omstandigheden die ochtend, zoals beschreven door verweerder, en het\n                           prioriteren van het zorgdragen van de overdracht. Er waren weinig aanwijzingen voor\n                           het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en ook geen aanwijzingen om te handelen\n                           op basis van de NHG-standaard acute keelpijn en de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen\n                           zijn kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8822",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_61",
    "date": "27-03-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk\n                           ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. De arts\n                           had dienst in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Er waren op dat\n                           moment weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en\n                           dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen\n                           zijn kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_61",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van\n                           26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur\n                           van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal\n                           Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening\n                           van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken\n                           omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing\n                           zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek\n                           tot herziening af."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_55",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager\n                           zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist\n                           bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode\n                           heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts\n                           i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het\n                           bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden\n                           niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.\n                           Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_49",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk\n                           verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven\n                           in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep\n                           af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter\n                           van het Regionaal Tuchtcollege."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2832",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_56",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen een chirurg. De chirurg heeft bij klaagster een buikwandoperatie\n                           gedaan in verband met een littekenbreuk. Klaagster is van mening dat zij onvoldoende\n                           is geïnformeerd over de ingreep en dat zij de chirurg geen toestemming heeft gegeven\n                           om haar te opereren, in ieder geval niet om de eerste incisie te zetten. Daarnaast\n                           is klaagster ontevreden over de uitvoering en het resultaat van de operatie. Het Regionaal\n                           Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege\n                           is het hiermee eens en zal het beroep van klaagster verwerpen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2836",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_50",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Klacht tegen een huisarts. Klaagster is wegens pensionering van haar vaste huisarts\n                           per 1 juli 2022 ingeschreven als patiënt bij de huisartsenpraktijk van de huisarts\n                           die het patiëntenbestand overnam. Klaagster was het daar niet mee eens vanwege de\n                           grotere afstand van de praktijk tot haar woning. Het bleek niet mogelijk te zijn om\n                           klaagster aan een andere huisarts over te dragen. Klaagster had in 2023 en 2024 meerdere\n                           malen contact met de huisartsenpraktijk voor verschillende hulpvragen. Zij is niet\n                           tevreden met de zorg die zij heeft ontvangen. Zo zou de huisarts onder andere haar\n                           zorgplicht niet zijn nagekomen, onzorgvuldig beleid voeren, slechte service verlenen\n                           en medicatie hebben geweigerd. Het regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al\n                           haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2833",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_57",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Klager en verweerder zijn tandarts in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide\n                           tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt verweerder 1) ernstig oncollegiaal\n                           gedrag en 2) het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte\n                           patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard en\n                           bepaald dat aan verweerder geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege\n                           verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover dit betrekking heeft op\n                           het gegrond verklaarde klachtonderdeel en verwerpt het beroep voor het overige."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2839",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_51",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een radioloog. Klager is de weduwnaar van klaagster\n                           in eerste aanleg (hierna: patiënte). Patiënte is in januari 2022 in verband met een\n                           zwelling in de rechterborst en pijnklachten door haar huisarts verwezen naar de afdeling\n                           radiologie van het ziekenhuis waar de radioloog werkt. Na verergering van de klachten\n                           en groei en toename van de zwellingen is zij nogmaals naar de afdeling radiologie\n                           en later naar de mammapoli chirurgie doorverwezen. Zij stond onder behandeling van\n                           een physician assistant en er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en drainages\n                           verricht door verschillende radiologen. Vanaf het eerste consult in het ziekenhuis\n                           is gedurende acht maanden uitgegaan van lactatieadenomen/galactocèles. Uiteindelijk\n                           bleek patiënte een zeldzame vorm van een (agressieve) borstkanker te hebben en is\n                           zij aan de gevolgen daarvan overleden. De radioloog wordt onder meer verweten dat\n                           hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen volledige diagnose heeft gesteld.\n                           Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een gedeelte gegrond verklaard en\n                           aan de radioloog daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege\n                           is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2841",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_58",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Klacht tegen een tandarts. Klaagster is een voormalig patiënt van de tandarts. Zij\n                           klaagt onder meer over de gang van zaken bij het verstrekken van haar patiëntendossier,\n                           de kwaliteit van de door de tandarts verleende zorg en de dossiervoering. Het Regionaal\n                           Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het niet maken\n                           van een röntgenfoto voorafgaand aan een wortelkanaalbehandeling gegrond verklaard\n                           en bepaald dat aan de tandarts geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege\n                           komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2846",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_52",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "De radioloog heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Regionaal Tuchtcollege\n                           in Amsterdam van 7 mei 2025 waarin aan hem een berisping is opgelegd met daarbij de\n                           bepaling dat deze maatregel, zodra de beslissing onherroepelijk is geworden, op grond\n                           van artikel 48 lid 11 Wet BIG zal worden aangetekend in het BIG-register en aldus\n                           openbaar zal worden gemaakt. Het beroep is beperkt tot de openbare publicatie van\n                           de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van de radioloog gegrond verklaren\n                           en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op dat punt vernietigen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2861",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_59",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen een chirurg. Na een fietsongeluk in 2022 belandde klager in\n                           het ziekenhuis met een kniebreuk. Hij is door de chirurg aan zijn knie geopereerd.\n                           Na de operatie ging klager voor revalidatie naar een zorgpension. Twee weken later\n                           werd klager met spoed in het ziekenhuis opgenomen en werd bij hem trombose in het\n                           geopereerde been en in de longen (ruiterembolus), en een herseninfarct vastgesteld.\n                           Klager vindt onder andere dat de chirurg  onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen\n                           om trombose te voorkomen en hem ten onrechte niet heeft voorgelicht over trombose\n                           als mogelijke complicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.\n                           Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2847",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_53",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2911",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_60",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over de behandeling van de tandarts.\n                           Zij maakt de tandarts verschillende verwijten over de behandeling van de loszittende\n                           kroon op een implantaat in het gebit van klaagster en over nalatigheden bij het bijhouden\n                           van het dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht volledig gegrond en\n                           legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart\n                           klachtonderdeel b) alsnog ongegrond, verwerpt het beroep voor het overige en verstaat\n                           dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2871",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_54",
    "date": "26-03-2026",
    "description": "Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager bij Autodesk B.V. Per 21 juni\n                           2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts i.o, werkzaam bij ArboNed, heeft\n                           klager in zijn ziekteverzuimperiode begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts i.o,\n                           in meerdere klachtonderdelen, dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij\n                           de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard.\n                           Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing.\n                           Het incidenteel beroep van de bedrijfsarts i.o. slaagt, in die zin dat het Centraal\n                           Tuchtcollege klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in klachtonderdeel j (het niet\n                           melden van PTSS als beroepsziekte)."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8875",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_60",
    "date": "25-03-2026",
    "description": "Tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel: De beroepsbeoefenaar, arts, heeft de\n                           bijzondere voorwaarden die het CTG deze beroepsbeoefenaar eerder had opgelegd, niet\n                           nageleefd. De beroepsbeoefenaar heeft - hoewel hij al niet meer in het BIG-register\n                           ingeschreven stond als bedrijfsarts, maar als arts - onduidelijkheid hierover laten\n                           bestaan. Ook heeft hij onder andere onduidelijkheid laten bestaan over het werken\n                           onder supervisie en de IGJ niet tijdig en onvoldoende geïnformeerd. De IGJ heeft het\n                           college verzocht om een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel.\n                           De beroepsbeoefenaar erkent dat hij de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd\n                           en vraagt een tweede kans."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8382",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_58",
    "date": "25-03-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht van de werkgever van een medewerkster tegen verweerder,\n                           bedrijfsarts. Verweerder heeft de medewerkster begeleid bij haar ziekteverzuim en\n                           haar vervolgens arbeidsgeschikt bevonden. Klager verwijt verweerder dat verweerder\n                           de medewerkster arbeidsgeschikt heeft bevonden ondanks de afspraak tussen klager en\n                           verweerder dat de medewerkster arbeidsongeschikt zou zijn. Deze afspraak is niet gebleken\n                           en de organisatorische problemen van klager zijn geen onderdeel van de beoordeling\n                           van de arbeids(on)geschiktheid van de medewerkster. Ook verwijt klager verweerder\n                           een belangenverstrengeling vanwege een aandelentransactie tussen de arbodienst waarvoor\n                           verweerder werkzaam is en de verzuimverzekering van klager. Deze belangenverstrengeling\n                           is niet gebleken."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7808",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_59",
    "date": "25-03-2026",
    "description": "Deels gegronde klacht van werkneemster over verweerder. Verweerder, arbo-arts, heeft\n                           klaagster begeleid na de ziekmelding van klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat\n                           hij de COPD-klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, geen medische informatie\n                           heeft opgevraagd bij de huisarts van klaagster en geen verslagen of adviezen van fysieke\n                           consulten heeft opgesteld, ook niet na verzoek daartoe. Verweerder adviseerde klaagster\n                           re-integratie terwijl hij klaagster niet had gezien en klaagster aangaf daartoe niet\n                           in staat te zijn. Ook verwijt klaagster dat verweerder geen mediation heeft geadviseerd\n                           en niet heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8505",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_57",
    "date": "24-03-2026",
    "description": "Volgens klager heeft hij niet alle voorgeschreven medicatie ontvangen. In de apotheek\n                           is hem ten onrechte meegedeeld dat hij deze al uit de afhaalautomaat had opgehaald,\n                           waarna de medicatie zou zijn geannuleerd. Klager ziet dit als nalatigheid van de apotheker.\n                           De apotheker voert verweer en voert aan dat zij de situatie met klager wilde bespreken,\n                           maar dat klager direct aangaf de formele tuchtrechtelijke route te willen volgen.Het\n                           college oordeelt in raadkamer dat de klacht kennelijk ongegrond is."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_45",
    "date": "24-03-2026",
    "description": "Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft\n                           tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch\n                           chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate\n                           (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie.\n                           Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar\n                           heeft gehandeld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8746",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_46",
    "date": "24-03-2026",
    "description": "(kennelijk) ongegronde klacht van een klager tegen een orthopedisch chirurg die bij\n                           klager wegens progressief stenoserend vaatlijden een broekprothese plaatste. In verband\n                           met aanhoudende klachten na de operatie werd klager gezien in een ander ziekenhuis,\n                           waar wordt gedacht aan een neurologische oorzaak als mogelijke verklaring voor de\n                           klachten. De verwijten gaan over diagnosestelling, informed consent en nazorg."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8841",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_56",
    "date": "24-03-2026",
    "description": "Klager bezocht de apotheek met een buitenlands recept voor onder meer een antibioticum.\n                           Na overleg tussen apothekersassistent en apotheker, die niet aanwezig was, besloot\n                           de apotheker het antibioticum niet te verstrekken. Klager diende een klacht in bij\n                           de apotheek en correspondeerde later via een advocaat met de apotheker. Uiteindelijk\n                           beëindigde de apotheker de behandelingsovereenkomst met klager, zijn echtgenote en\n                           hun minderjarige zoon. Klagers verwijten de apotheker dat het antibioticum ten onrechte\n                           is geweigerd, dat de klacht onzorgvuldig is afgehandeld en dat de behandelingsovereenkomst\n                           onterecht is beëindigd. De apotheker voert verweer. Het college verklaart de klacht\n                           gegrond. Volgens het college is de apotheker ernstig tekortgeschoten in de zorg die\n                           zij had moeten leveren. Van een apotheker mag een actievere en zorgvuldigere houding\n                           worden verwacht. Maatregel: berisping."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8181",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRZWO_2026_47",
    "date": "24-03-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen een (vaat)chirurg. Bij klager werd door middel van een endovasculaire\n                           operatie een stent geplaatst vanwege een aneurysma van de buikslagader. Na de operatie\n                           bleek dat sprake was van spinale ischemie, leidend tot een (incomplete) dwarslaesie.\n                           Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met\n                           zijn familiaire voorgeschiedenis en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over het risico\n                           op spinale ischemie/dwarslaesie."
  }
]