📄 Alle Zaken
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8423
13-03-2026
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De minderjarige zoon van klaagster
is doorverwezen naar de tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject
heeft voorbereid zonder haar toestemming als gezaghebbende ouder en haar daarbij niet
heeft geïnformeerd. Daarnaast klaagt zij over een onterechte melding bij Veilig Thuis,
onjuiste gegevens in het dossier en over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag.
Het college oordeelt dat de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen behandeling
en zijn wetenschap van gezamenlijke gezagsuitoefening en een conflictueuze scheidingssituatie,
klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar toestemming had moeten
verkrijgen alvorens het behandeltraject in gang te zetten. In het contact met Veilig
Thuis heeft de tandarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld door het overleg niet anoniem
te voeren. De overige klachtonderdelen zin ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond.
Waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743
13-03-2026
Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog
dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven
terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de
IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen
met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik
van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog
de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8907
13-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. De MKA-chirurg wilde de door klager
gewenste behandeling (het plaatsen van implantaten in de bovenkaak) niet uitvoeren.
Klager verwijt de MKA-chirurg dat hij geweigerd heeft om zorg te verlenen zonder medische
onderbouwing, dat hij geen alternatieve behandelopties heeft besproken en klager niet
heeft doorverwezen. Het college kan de beslissing van de MKA-chirurg goed volgen,
de gewenste behandeling was niet geïndiceerd. De klacht over doorverwijzing is niet
onderbouwd.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8908
13-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. Klager heeft bij de kliniek waar
de MKA-chirurg werkzaam is een klacht ingediend. De MKA-chirurg was aanwezig bij een
gesprek over de klacht. Klager verwijt de MKA-chirurg dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld
bij de klachtafhandeling en dat zij hem geen verwijzing heeft gegeven naar een andere
zorginstelling. Klager is wel ontvankelijk in de klacht, maar alle klachtonderdelen
zijn kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8433
13-03-2026
Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk omdat hij niet klachtgerechtigd
is. De voorzitter ziet niet in dat er sprake is van een geschaad belang dat kan worden
geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8291 en Z2025/8292
12-03-2026
Ongegronde klacht tegen een psychiater/psychotherapeut. Klager was vanwege een depressieve
stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was
bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen
bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de
begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8293
12-03-2026
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog over de behandeling van klager. Klager was
vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder
werkte. Verweerder was als regiebehandelaar bij de behandeling betrokken. Klager verwijt
verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte
afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende
was.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8205
11-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Geen sprake van het stellen van een diagnose
zonder enig onderzoek en het college heeft niet kunnen vaststellen dat de longarts
zich onprofessioneel heeft gedragen tegen de patiënt.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2879
11-03-2026
Klacht tegen een KNO-arts. Klager verwijt de KNO-arts dat hij verwijtbaar heeft gehandeld,
omdat hij bij het uitvoeren van het oortoilet bij het linkeroor van klager dit linkeroor
heeft ‘stukgezogen’. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8944
11-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft
gediscrimineerd door hem zorg te onthouden omdat klager rookt. Ook zou zij een ongepaste
opmerking hebben gemaakt. In- en uitwendige scheefstand en gezwollen slijmvliezen.
Medicatie vanwege gezwollen slijmvliezen. Behandelplan primair gericht op verhelpen
van de neusblokkade, met een inwendige neuscorrectie als mogelijke oplossing. Belang
van stoppen met roken besproken, gelet op de mogelijkheid van complicaties. Beleid
navolgbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen. Ongepaste opmerking
kan niet worden vastgesteld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2936 en C2025/2978
11-03-2026
Klaagster heeft een onderzoek ondergaan bij de psychiater naar een mogelijke autismespectrumstoornis.
De psychiater heeft na twee gesprekken geconcludeerd dat bij klaagster geen sprake
is van ASS, maar hooguit van een communicatiestoornis. De klacht van klaagster gaat
over de bejegening en over de wijze van onderzoek. Daarnaast is klaagster van mening
dat de psychiater een verkeerde diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege
heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de psychiater daarvoor de maatregel
van berisping opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal
Tuchtcollege zal de klacht op twee extra onderdelen gegrond verklaren en bepalen dat
kan worden volstaan met handhaven van de maatregel van berisping.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8097
11-03-2026
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose
met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van
Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij
de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had
moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname
volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken.
Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten,
maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele
dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen,
is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De internist was slechts één van de vele artsen
die bij klaagster aan het bed zijn geweest. Zij bepaalde niet het beleid. Het lag
niet op haar weg om (eenzijdig) een diagnose te stellen en/of om een - met reden -
uitgestelde behandeling te starten.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2972
11-03-2026
Ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster gesproken en
geconcludeerd dat er bij klaagster sprake was van een manisch toestandsbeeld vermoedelijk
in het kader van een bipolaire 1 stoornis, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven.
Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft
getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie.
De psychiater stelt dat hij zijn conclusie op goede gronden heeft gebaseerd en dat
de medicatie bedoeld was ter voorkoming van een crisisopname. Het Regionaal Tuchtcollege
heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee
eens en zal het beroep van klaagster verwerpen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2722
11-03-2026
Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een auto-ongeval. De bedrijfsarts
heeft de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts
dat zij de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, geen eigen onderzoek
heeft gedaan, medische gegevens van klager met zijn werkgever heeft besproken terwijl
zij daarvoor geen toestemming had gekregen, niets heeft gedaan met de bevindingen
van de psycholoog van klager en de dreiging van de werkgever met een loonstop en onterecht
een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt. Het
Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt daarom het beroep
van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2980
11-03-2026
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De moeder van klaagster (patiënte) was onder
behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een
hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat
heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend,
waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege
oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden
en verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van
klaagster tegen deze beslissing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8098
11-03-2026
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose
met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte, voorheen bekend als de ziekte van
Wegener. Klaagster verwijt de internist dat zij geen regie heeft genomen, dat zij
de diagnose GPA eerder had moeten stellen en dus ook eerder met de behandeling had
moeten starten. De klacht is ongegrond. Het beleid was tijdens klaagsters eerste opname
volgens de richtlijnen en er was geen aanleiding om van de richtlijnen af te wijken.
Bij de tweede opname was er wellicht aanleiding om eerder met de behandeling te starten,
maar bestond nog steeds geen duidelijkheid over de diagnose. De vertraging van enkele
dagen in de aanvang van de behandeling door nog eens met een expertisecentrum te overleggen,
is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8094
11-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen radioloog. Klager verwijt de radioloog zonder toestemming
zijn medisch dossier te hebben ingezien terwijl verweerder geen enkele rol had in
de behandeling van klager. Het college oordeelt dat de radioloog op medisch-inhoudelijke
gronden betrokken was bij de behandeling van klager en in dat kader het medisch dossier
mocht raadplegen, de radioloog niet wist dat klager bij de klachtenfunctionaris had
aangegeven dat hij niet wilde dat de radioloog zijn dossier zou inzien en de radioloog
zich niet had gerealiseerd dat door hem te beoordelen thoraxfoto van degene was met
wie hij een zakelijk geschil heeft.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2817
11-03-2026
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij, ondanks verzoeken van
klager en ondanks duidelijke signalen omtrent zorgen over de veiligheid van klagers
kind en van andere kinderen, geen melding heeft gedaan bij Veilig Thuis. Klager verwijt
de huisarts verder dat hij – door in zijn verweer tegen de klacht van klager gebruik
te maken van het medisch dossier van klager – de privacy van klager ernstig heeft
geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het
Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8099
11-03-2026
Klaagster werd in het ziekenhuis opgenomen met verdenking van de ziekte GPA (granulomatose
met polyangiitis), een zeldzame auto-immuunziekte. voorheen bekend als de ziekte van
Wegener. De nefroloog (internist, gespecialiseerd in nierziektes) heeft desgevraagd
enkele malen advies gegeven aan behandelaars. Klaagster verwijt de nefroloog dat hij
geen regie heeft genomen en nooit heeft gecontroleerd of zijn adviezen zijn opgevolgd.
De klacht is ongegrond. De nefroloog was niet een van de behandelaars van klaagster.
Een arts aan wie om advies wordt gevraagd door een collega, heeft slechts een adviserende
taak. Hij stelt geen diagnose en hoeft niet na te gaan of zijn advies al dan niet
door de behandelaars wordt opgevolgd. Het is aan de behandelaars om te beslissen wat
zij met het verkregen advies doen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8222
11-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Niet gebleken dat de longarts heeft medegedeeld
dat klaagster zou komen te overlijden en afscheid moest nemen van haar kinderen. Niet
toedienen ivermectine voor COVID-19 was conform richtlijnen. Geen sprake van niet
serieuze of niet adequate bejegening door de longarts.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2838
11-03-2026
Klacht tegen een huisarts. Klager is [gezaghebbende] de vader van een dochter, over
wie hij het ouderlijk gezag heeft. Met het oog op een ondertoezichtstellingsprocedure
bij de rechtbank heeft de huisarts (niet de eigen huisarts van moeder of dochter)
in opdracht van moeder, zonder toestemming van klager, de dochter onderzocht en een
schriftelijke verklaring afgelegd. Klager verwijt de huisarts dat zij: 1. zijn dochter
heeft onderzocht/behandeld zonder zijn toestemming als [gezaghebbende] ouder [met
gezag]; 2. ongefundeerde en belastende uitlatingen heeft gedaan over klager en zijn
dochter die haar competentiegebied overstijgen. Deze uitlatingen zijn in strijd met
gegronde bevindingen van de bevoegde rechtbank en in strijd met de bevindingen van
de door deze rechtbank aangestelde psycholoog-deskundige en de Raad voor de Kinderbescherming;
3. klager als [gezaghebbende] ouder geen informatie heeft gegeven over het onderzoek/behandeling
van zijn dochter en over de mogelijkheden tot het indienen van een klacht over haar
werkwijze. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen gegrond
en legt de huisarts een gedeeltelijke ontzegging op van de bevoegdheid om haar beroep
uit te oefenen, in die zin dat het verweerster niet is toegestaan om in de hoedanigheid
van huisarts of arts schriftelijk en/of mondeling verklaringen of rapportages over
personen af te geven, onder welke naam en van welke aard ook en ongeacht met welk
doel, en bepaalt dat de maatregel onmiddellijk van kracht wordt. Het Centraal Tuchtcollege
verwerpt het beroep van de huisarts.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8295
10-03-2026
Ongegronde klacht tegen een reumatoloog. Klaagster is circa 5 maanden onder behandeling
geweest van de reumatoloog. Klaagster verwijt de reumatoloog onder meer dat zij te
lang en in een te hoge dosering Prednisolon heeft voorgeschreven. Het college stelt
vast dat bij klaagster sprake was van een ernstige aandoening waarvoor snelle en adequate
onderdrukking van ziekteactiviteit noodzakelijk was. Het voorschrijven van hoge doseringen
Prednisolon was hierbij gebruikelijk en medisch geïndiceerd. Uit het dossier blijkt
dat de reumatoloog de ziekteactiviteit van klaagster structureel heeft gemonitord
en het beleid telkens heeft aangepast aan het beloop van de aandoening. Dat achteraf
is geoordeeld dat eerder of sneller afbouwen mogelijk was geweest, maakt niet dat
de reumatoloog ten tijde van haar handelen buiten de grenzen van een redelijk bekwame
en redelijk handelende reumatoloog is getreden. Ook de overige klachtonderdelen zijn
ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8397
10-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). Klaagster verwijt
de PA dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en dat zij, na klaagsters uitschrijving
uit de huisartsenpraktijk waar de PA werkzaam is, het medisch dossier niet tijdig
aan de nieuwe huisarts heeft overgedragen. Het college oordeelt dat het dossier geen
aanknopingspunten biedt voor het verwijt dat zij onvoldoende zorg heeft verleend.
De PA heeft juist veel inspanning geleverd in de behandeling, terwijl klaagster hier
slechts deels op reageerde. De overdracht van het medisch dossier aan de nieuwe huisarts
was een administratieve handeling waarbij de PA niet betrokken was en ook niet betrokken
hoefde te zijn.
Bekijk volledige zaak →