[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2946 Voorzittersbeslissing",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_35",
    "date": "12-02-2026",
    "description": "Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. De voorzitter van het\n                           Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn\n                           klacht omdat niet duidelijk is geworden wie de aangeklaagde persoon is en of de persoon\n                           waarover geklaagd wordt BIG-geregistreerd is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege\n                           is van oordeel dat het klaagschrift en voldoende informatie bevat om de gegevens van\n                           de GZ-psycholoog op te vragen. De zaak is terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8262",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_34",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, die als medisch adviseur op verzoek van de\n                           verzekeraar van de wederpartij van klaagster een medisch advies heeft uitgebracht.\n                           Zowel inhoudelijk als voor wat betreft de wijze van totstandkoming voldoet het advies\n                           aan de daarvoor geldende eisen. Contact met klaagster was niet nodig, inzage- en blokkeringsrecht\n                           zijn niet van toepassing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8413",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_28",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen anesthesioloog. Anesthesiemedewerker verwijt de\n                           anesthesioloog – onder meer - emotionele mishandeling, machtsmisbruik en ongewenste\n                           aanrakingen. Privérelatie. Niet-ontvankelijkheidsverweer. Rechtstreeks belang dat\n                           kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Opleidingstraject.\n                           Hiërarchische en/of functionele ongelijkwaardigheid. Door de aard en mate waarin privécontact\n                           plaatsvindt, kan de kwaliteit van de gezondheidszorg in gevaar komen. Klaagster is\n                           ontvankelijk. Klacht is kennelijk ongegrond. De verweten gedragingen kunnen niet worden\n                           vastgesteld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8184",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_35",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Arts in opleiding tot verzekeringsarts (AIOS) heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek\n                           uitgevoerd in het kader van de WIA  en daarvan een rapportage opgemaakt. Haar praktijkbegeleider\n                           was bij het onderzoek aanwezig en haar mentor heeft het rapport medeondertekend. Klaagster\n                           beklaagt zich over de inhoud van het rapport. Hoewel de woordkeuze op onderdelen anders\n                           en neutraler had gekund, is de arts niet buiten haar bevoegdheid getreden. Dat het\n                           rapport niet alles benoemt wat klaagster heeft gezegd, maakt het rapport niet onjuist\n                           of onvolledig. Dat klaagster het met bepaalde informatie niet eens is, maak deze informatie\n                           ook niet onjuist. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klaagster bepaalde passages\n                           in het rapport als onaangenaam en zelfs kwetsend heeft ervaren, heeft de arts met\n                           haar woordkeuze geen tuchtrechtelijke grenzen overschreden en is van een onheuse bejegening\n                           van klaagster door de arts geen sprake. De - neutrale en objectieve - constatering\n                           in het rapport dat nog behandeling mogelijk is, is niet tegenstrijdig met de formulering\n                           ‘medisch niet kansrijk’ in een ander rapport. De klacht is ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2941",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_30",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager is vanaf juli 2019 tot medio\n                           januari 2020 onvrijwillig opgenomen geweest in een verpleeghuis, op een gesloten afdeling\n                           voor mensen met dementie in een verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde was\n                           betrokken in haar rol van BOPZ-arts. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde\n                           onder meer dat het te lang duurde voordat hij een second opinion kreeg en dat zij\n                           hem veel eerder uit het verpleeghuis had moeten ontslaan. Het Regionaal Tuchtcollege\n                           verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk\n                           niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8360",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_29",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerster onbekwaam en\n                           onbevoegd een oog-laserbehandeling te hebben uitgevoerd. Volgens klager heeft verweerster\n                           zijn linkeroog blind gemaakt en klager in de val gelokt. Ook zou verweerster zich\n                           niet professioneel maar theatraal hebben gedragen. Verweerster heeft het college verzocht\n                           om klager (kennelijk) niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de klacht (kennelijk)\n                           ongegrond af te wijzen. College: kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8271",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_36",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Arts in opleiding tot verzekeringsarts (AIOS) heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek\n                           uitgevoerd in het kader van de WIA  en daarvan een rapportage opgemaakt. Klaagster\n                           is het niet eens met het rapport en klaagt daarover niet alleen tegen de arts, maar\n                           ook tegen de verzekeringsgeneeskundige, die zij als medeondertekenaar van het rapport\n                           eindverantwoordelijk houdt. Met enkele kanttekeningen bij de beoordeling door de verzekeringsarts\n                           van het rapport in het kader van de begeleiding, acht het college de klacht tegen\n                           de verzekeringsarts ongegrond, omdat het rapport uiteindelijk de toets der kritiek\n                           kan doorstaan."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2740",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_31",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen een arts, in hoedanigheid van medisch adviseur. De arts is gepensioneerd\n                           internist. Hij heeft in opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster een\n                           medisch advies uitgebracht over de haalbaarheid van een aansprakelijkstelling van\n                           een neurochirurg, die bij klaagster een operatie aan de nek/hals had uitgevoerd vanwege\n                           een vernauwing van een nekwervel. Klaagster had na deze operatie een algehele verlamming\n                           van de ledematen opgelopen. Klaagster heeft vier klachten geuit over de medisch adviseur.\n                           Een van de klachten luidt dat de medisch adviseur in strijd met de GBL heeft gehandeld\n                           door als niet praktiserend internist een oordeel te geven over het handelen van de\n                           neurochirurg die de operatie bij klaagster heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege\n                           heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster\n                           deels niet-ontvankelijk, omdat klaagster niet voor alle klachtonderdelen beroepsgronden\n                           formuleert. Het beroep ten aanzien van de totstandkoming van het medisch advies verklaart\n                           het Centraal Tuchtcollege gegrond. Het medisch advies is niet zorgvuldig tot stand\n                           gekomen. Aan de arts wordt geen maatregel opgelegd."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8283",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_30",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerder dat hij opzettelijk\n                           een valse en angstaanjagende diagnose glaucoom heeft gesteld. Later besprak verweerder\n                           deze diagnose niet meer met klager en vormde deze diagnose een aanzet voor de uitvoering\n                           van een plan om klager blind te laten worden zodat een curator het vermogen van klager\n                           kon plunderen, aldus klager. Verweerder heeft volgens klager ook een diagnose gemist\n                           en geen contact opgenomen met een oogarts in een oogkliniek. Verweerder heeft het\n                           college verzocht om de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren. College: kennelijk\n                           ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2752",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_32",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen een chirurg, over een besnijdenis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de\n                           klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent.\n                           Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor\n                           het overige is de klacht ongegrond verklaard. De chirurg heeft tegen deze beslissing\n                           beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat het in eerste aanleg gegrond verklaarde\n                           klachtonderdeel in beroep alsnog ongegrond wordt verklaard. Het Centraal Tuchtcollege\n                           sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van de arts."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2757",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_26",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7756",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_31",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klager dient via zijn partner een klacht in tegen een arts werkzaam onder supervisie\n                           van een bedrijfsarts over diens homofobe bejegening en handelwijze tijdens het ziekteverzuim.\n                           Klacht ongegrond. Uit niets blijkt van een homofobe bejegening en door de taalbarrière\n                           kon verweerder klager niet volledig beoordelen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_33",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de\n                           vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts\n                           van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader\n                           in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van\n                           een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster\n                           verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden\n                           door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft\n                           aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel\n                           heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen.\n                           Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel\n                           b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege\n                           verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde\n                           maatregel."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2811",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_27",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8139",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_32",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen bedrijfsarts over de 26-weken rapportage waarin deze onjuist vermeldt\n                           dat een (telefonisch) consult heeft plaatsgevonden en, zonder informatie over een\n                           operatie die heeft plaatsgevonden, rapporteert dat herstel binnen 26 weken niet mogelijk\n                           is. Het college overweegt dat de 26-weken-verklaring voor de werknemer een zwaarwegend\n                           document is, nu deze in een UWV-procedure over beëindiging van het dienstverband betekenis\n                           kan hebben. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld door niet te vermelden dat\n                           het consult niet heeft plaatsgevonden en door niet naar de actuele situatie na de\n                           operatie te informeren, waarmee zijn advies onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar\n                           is. Volgt de maatregel van berisping."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_34",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager\n                           stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie\n                           opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft\n                           vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege\n                           heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed\n                           consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd.\n                           Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing\n                           beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde\n                           klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege\n                           sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_28",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding\n                           geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten\n                           tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft\n                           doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts\n                           verwijten over zijn dossiervoering.  Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk\n                           gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft\n                           beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht\n                           ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7712",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_33",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klager dient een tuchtklacht in tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts die hem\n                           begeleidde tijdens zijn ziekte en re-integratie. Hij klaagt over het verlenen van\n                           onvoldoende zorg, het geven van onjuiste en tegenstrijdige adviezen, het negeren van\n                           het advies van de psycholoog en het niet te vermelden dat zij bedrijfsarts in opleiding\n                           is. Klacht gedeeltelijk gegrond. Er is sprake van onvoldoende duidelijke dossiervoering\n                           voor wat betreft urenopbouw en reisbeperkingen Verweerster is onvoldoende transparant\n                           over het feit dat zij arts in opleiding is en onder supervisie werkte, en haar dossiervoering\n                           en adviezen over re-integratie en reisbeperkingen zijn onvoldoende duidelijk. Waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2869",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_29",
    "date": "11-02-2026",
    "description": "Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. De\n                           werkgever van klager wisselde anderhalve maand na zijn ziekmelding van arbodienst.\n                           De bedrijfsarts is als stafarts werkzaam bij de nieuwe arbodienst en werd verantwoordelijk\n                           voor de begeleiding van klager. De begeleiding van klager werd uitgevoerd door twee\n                           verschillende inzetbaarheidsdeskundigen die onder taakdelegatie van de bedrijfsarts\n                           werkten. Het contact met de werkgever verliep ook via deze inzetbaarheidsdeskundigen.\n                           De bedrijfsarts heeft zelf geen contact gehad met klager en de werkgever. Klager verwijt\n                           de bedrijfsarts - in meerdere klachtonderdelen - dat zij niet op de juiste wijze heeft\n                           gehandeld bij zijn verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht\n                           van klager ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing.\n                           Door de operationele begeleiding van de klager volledig over te laten aan de inzetbaarheidsdeskundigen\n                           en zelf op afstand te blijven terwijl er sprake was van een kwetsbare medewerker en\n                           een werkgever die de adviezen die hij kreeg via de inzetbaarheidsdeskundigen niet\n                           opvolgde, is de bedrijfsarts ernstig tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart\n                           de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op."
  }
]