Overzicht medische tuchtzaken

05-01-2026 - 11-01-2026
14
Zaken
2
Week
2026
Jaar

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode nieuwsbrief, editie 2 (2026). Deze editie biedt inzicht in recente tuchtrechtelijke uitspraken, met als doel bij te dragen aan reflectie en kwaliteitsverbetering in de zorg. We bespreken onder meer patronen in klachten over sociaal-medische adviezen, communicatie in de GGZ en de omgang met patiëntsignalen.


2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

Sociaal-medische adviezen: Meerdere klachten richtten zich op artsen die betrokken waren bij beoordelingen voor gehandicaptenparkeerkaarten (GPK), waarbij patiënten de onderbouwing of procedure betwistten.
Beëindiging GGZ-behandelingen: Herhaaldelijk kwamen klachten voor over het voortijdig stopzetten van behandelingen na ongewenst patiëntcontact, waarbij tuchtcolleges de zorgverleners steevast vrijpleitten.
Documentatie en communicatie: Bij psychologen en psychotherapeuten leidden verschillen in perceptie over schriftelijke verslaglegging en reactietijden tot klachten, zonder tuchtrechtelijke grondslag.

3. STATISTIEKEN

Totaal aantal zaken: 14
Verdeling beroepsgroepen:
Artsen (algemeen, verzekeringsartsen, huisartsen): 7 zaken
GZ-psychologen/psychotherapeuten: 5 zaken
Verpleegkundigen: 1 zaak
Verloskundigen: 1 zaak
Maatregelen opgelegd: 1 waarschuwing (verzekeringsarts), 1 gedeeltelijke gegrondverklaring zonder maatregel (verpleegkundige).

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Verpleegkundige (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7, [link](https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7))

Kern verwijt: Onvoldoende onderzoek bij klacht over zuurstoftekort tijdens gedwongen uitzetting.
Citaat: "Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn [...] moet dat aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten."
Uitspraak: Gedeeltelijk gegrond, geen maatregel.
Motivering: De verpleegkundige baseerde haar oordeel ten onrechte alleen op de aanwezigheid van geschreeuw.
Leerpunt: Onderzoek objectief patiëntsignalen (zoals saturatiemeting) bij klachten over benauwdheid, ongeacht de context.

Verzekeringsarts (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:5, [link](https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:TGZRAMS:2026:5))

Kern verwijt: Onzorgvuldige beoordeling arbeidsgeschiktheid bij ME/CVS-patiënt.
Uitspraak: Gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
Motivering: Het college oordeelde dat de arts onvoldoende had onderbouwd waarom hij afweek van eerder medisch advies.
Leerpunt: Documenteer transparant en gedetailleerd waarom bestaande diagnoses of beperkingen worden herzien.

GGZ-professionals (ECLI:NL:TGZCTG:2026:4, [link](https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:TGZCTG:2026:4) en ECLI:NL:TGZCTG:2026:1, [link](https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:TGZCTG:2026:1))

Kern verwijt: Onterechte beëindiging behandeling en schending geheimhouding na ongewenst contact met ex-behandelaar.
Uitspraak: Ongegrond.
Motivering: De praktijk handelde terecht na herhaald grensoverschrijdend gedrag van de patiënt. Informatiedeling met collega’s viel onder noodzakelijke afstemming.
Leerpunt: Leg aan patiënten proactief uit waarom behandeling wordt gestopt en documenteer grensoverschrijdend gedrag.

Atypische zaak: Huisarts (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:3, [link](https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:TGZRSHE:2026:3))

Kern verwijt: Weigering obductie na natuurlijk overlijden.
Uitspraak: Kennelijk ongegrond.
Motivering: Geen medische indicatie voor obductie; huisarts nam familie serieus en lichtte besluit zorgvuldig toe.
Leerpunt: Bespreek obductieverzoeken altijd in perspectief van medische noodzaak en betrek nabestaanden in de afweging.

5. CONCLUSIE

Deze zaken onderstrepen het belang van transparante documentatie, objectieve onderzoeksmethoden en proactieve communicatie bij gevoelige beslissingen. Patronen laten zien dat tuchtcolleges zorgvuldig handelen belonen, ook in complexe situaties. De nadruk blijft liggen op het volgen van protocollen en het vermijden van subjectieve inschattingen zonder onderbouwing.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8234
09-01-2026
Het college stelt voorop dat de gedwongen uitzetting van klager een heftige en ingrijpende gebeurtenis voor hem is geweest,. Het gebeurde heeft ook de verpleegkundige die als medisch escort betrokken was erg aangegrepen. De videobeelden van de uitzetting die door de gemachtigde van klager zijn gemaakt zijn veelvuldig gedeeld in (sociale) media waarbij de vraag is opgekomen hoe ver wij als samenleving willen gaan in het uitzetten van mensen en of het toezicht daarop goed is geregeld. Het college benadrukt dat het niet tot taak heeft om op die vragen een antwoord te geven. Het college is kritisch over de toelichting van de verpleegkundige over de conclusie dat klager voldoende zuurstof had omdat hij luid schreeuwde. Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn of zuurstof tekort te komen, moet dat voor een verpleegkundige aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten. Naar het oordeel van het college kon de verpleegkundige niet volstaan met de inschatting dat het in orde was omdat klager in staat was om te schreeuwen. Op dat punt acht het college de door de verpleegkundige geboden zorg onvoldoende. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard en in één klachtonderdeel is klager niet-ontvankelijk. Het college volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing
07-01-2026
De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8422
07-01-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. De verloskundige heeft klaagster tijdig genoeg naar het ziekenhuis gestuurd voor de bevalling; klaagster had bovendien geen medische indicatie maar een plaatsindicatie. De verloskundige heeft de bevalling niet begeleid, maar heeft een waarnemer ingeschakeld. Deze werkwijze is zorgvuldig geweest, de verloskundige heeft klaagster hier van tevoren over geïnformeerd en er is een adequate overdracht geweest. Omdat verweerster niet bij de bevalling betrokken is geweest, zijn de klachtonderdelen over de bevalling ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7974
07-01-2026
Ongegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster verwijt verweerster, dat verweerster een andere versie heeft geschreven van het levensverhaal van klaagster en dat verweerster klaagster in deze weergave verwijten heeft gemaakt. Ook heeft verweerster volgens klaagster niet gereageerd op de e-mailberichten van klaagster en klaagster als een klein kind behandeld. College: de onhandige en pijnlijke weergave in de werkhypothese is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Collega van verweerster en verweerster hebben gereageerd op de e-mailberichten van klaagster. Verschillende lezingen over communicatie.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8440
07-01-2026
Ongegronde klacht tegen psychotherapeut. Klaagster verwijt verweerster, dat verweerster een andere versie heeft geschreven van het levensverhaal van klaagster en dat verweerster klaagster in deze weergave verwijten heeft gemaakt. Ook heeft verweerster volgens klaagster niet gereageerd op de e-mailberichten van klaagster en klaagster als een klein kind behandeld. College: de onhandige en pijnlijke weergave in de werkhypothese is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Collega van verweerster en verweerster hebben gereageerd op de e-mailberichten van klaagster. Verschillende lezingen over communicatie.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing
07-01-2026
De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7742
07-01-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De huisarts wordt verweten dat zij ondanks het verzoek van klagers, geen obductie heeft laten verrichten op het lichaam van de vader van klagers. Geen indicatie voor obductie. Natuurlijk overlijden. Geen aanwijzingen voor erfelijke aandoeningen. Huisarts heeft klagers serieus genomen en haar besluit in meerdere gesprekken toegelicht. Huisarts heeft ook andere inspanningen verricht met betrekking tot het verzoek van klagers. Zorgvuldige handelwijze.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8420
06-01-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaal-medisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij a) hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht en b) geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies.Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8661
06-01-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8147
06-01-2026
Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager is gediagnosticeerd met ME/CVS (myalgische encephalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom). Bij een herbeoordeling van zijn gezondheidstoestand door een (andere) verzekeringsarts van het UWV – hierna: de primaire verzekeringsarts – is die arts tot de conclusie gekomen dat klager per week vijf dagen van zeven uur kon werken. Tegen de mede op die conclusie gebaseerde beslissing van het UWV om klager geen WIA-uitkering toe te kennen, heeft klager bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft verweerder de gezondheidstoestand van klager opnieuw beoordeeld per de zogenoemde data in geding. Hij heeft de conclusie van de primaire verzekeringsarts bevestigd. Klager is het niet eens met die conclusie en maakt de verzekeringsarts een groot aantal verwijten, die er onder andere op neerkomen dat hij onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en op grond van de beschikbare informatie in redelijkheid niet tot zijn conclusie heeft kunnen komen.Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de verzekeringsarts een waarschuwing op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762 Herstelbeslissing
06-01-2026
De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8699
06-01-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763 Herstelbeslissing
06-01-2026
De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700
06-01-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage.Het college komt tot het oordeel dat klaagster voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.
Bekijk volledige zaak →